Animaaltje 13-08-10
Oud-Griekse mythes, sagen en legendes, oftewel oudbakken, maar ingenieus-geconstrueerde roddels: wat zou de wereld saai zijn zónder deze!
In m’n vijfde Animaaltje van juli 2004 schreef ik een anekdote over een blonde Duitse juffrouw die naar de dokter in de Dorpsstraat was verwezen. Inderdaad, toentertijd had ook ‘Hermi’ zijn huisartsenpraktijk in de Dorpsstraat. Gefixeerd op de aanwezigheid van een aesculaap was ze onze dierenartsenpraktijk binnengelopen. Ze had ‘ein Termin um Viertel vor Drei’. En natuurlijk kun je niet alles weten in het leven, ook niet als je Duits bent, ook niet dat de aesculaap van de dierenarts groen is en dat van de heren humane medici rood. Ik heb haar netjes verwezen naar verderop in de Dorpsstraat, maar bleef achter met de vraag of ik haar had kunnen helpen…? De aesculaap (en niet het aesculaap) is een symbool uit de Griekse mythologie. Het was hét symbool van ‘Asklepios’ of ‘Asclepius’ (in het Latijn ‘Aesculapius’), de Griekse halfgod van de geneeskunde en de genezing, en zoon van god Apollo (’n halfgod of heros is een sterfelijke mens die na zijn dood tot god geworden is, dit in tegenstelling tot andere goden die niet eerst als sterflijke mensen op aarde leefden!). ‘Asklepios’ wordt in het epos over de Trojaanse oorlog door de Griekse dichter Homerus al vermeld als bekwaam arts en is pas later door mythe en legende vergoddelijkt: ‘Asklepios’ zou in staat geweest zijn om patiënten uit de dood terug te halen… De legende gaat dat ‘Asklepios’ een dode voor zich had toen zich tegelijkertijd een slang rond zijn staf een weg naar boven baande. ‘Asklepios’ doodde deze slang, maar een tweede serpent begaf zich op het strijdtoneel en beet de doodgewaande soortgenoot die vervolgens weer tot leven werd gewekt. En zo zou ‘Asklepios’ met slangengif zijn dode mens waarover zich ontfermd eveneens weer tot leven hebben gebracht… De aesculaap is opgebouwd uit een staf, de ‘Asclepiusstaf’ en een (heilige) slang die zich eromheen kronkelt. De tegenstrijdige symboliek van de slang vinden we al vroeg in de Bijbel terug ten negatieve bij Adam en Eva in het paradijs, ten positieve in ‘de avonturen van Mozes in de woestijn’. Enerzijds is de slang symbool van de onderwereld en het dodenrijk, waar ie in het verborgene leeft en in holtes wegkruipt en door een beet met slangengif de dood kan brengen. Anderzijds kun je de slang zien als ‘iemand’ die voor genezing, verjonging en herboren-worden staat doordat een slang de oude (zieke) huid kan ‘afwerpen’ en z’n gif of gift in kleine hoeveelheden als geneesmiddel kán laten werken! In ‘ons’ aesculaap symboliseert de slang wellicht deze geneesmiddel-werking en staat de staf symbool voor autoriteit, macht en waardigheid, maar ook voor de boom des levens, het leven dat de (dieren)arts met geneesmiddelen probeert te redden. Allerlei aesculaap-varianten zagen reeds het daglicht. Zo heeft het Instituut voor Tropische Geneeskunde in België de slang rond een palmboom laten kronkelen. Naast artsen hebben ook tandartsen, apothekers, dierenartsen, verpleeg- en verloskundigen en (dieren)ambulance-personeel een slang in hun ‘vak-embleem’. In Nederland is het aesculaap bij artsen rood, bij tandartsen zwart, bij dierenartsen groen en bij verpleeg- en verloskundigen blauw. Ik zou onvolledig zijn als ik hier de bekendste afstammeling van ‘Asklepios’ niet zou vermelden. De zeer bekwame Griekse arts ‘Hippocrates’ met zijn beroemde ‘Eed van Hippocrates’: “Ik zweer bij Apollo, …, bij Asklepios, … Ik zal naar mijn beste oordeel en vermogen en om de bestwil mijner zieken hen een leefregel voorschrijven …”. Zowel artsen, alsook in België afgestudeerde dierenartsen, hebben een eed afgelegd, maar toch, alles blijft relatief: ook dierenartsen kunnen het leven van een patiënt nooit redden, ze kunnen het slechts rekken!
Namens Dierenartsencentrum West, Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Geert de Bruijckere