Enpassant 14-01-12
Wonen hier ook pinguïns opa?
Op de dag voor oudejaarsdag lopen opa en oma met hun kleinkind over de Boulevard in Bresjes richting het Spuiplein. Het jongetje is ongeveer acht jaar oud. Nieuwsgierig als hij is, wil hij alles weten over wat er allemaal te zien is. “Hé, kijk eens opa, een pinguïn, wonen die hier ook?”
“Welnee, jongen, dat is een kunstwerk, gemaakt van een soort plastic.” “Oh.”
“Ik ben met papa en mama naar Nieuw Zeeland geweest, daar wonen wel echte pinguïns, die vind ik veel leuker.”
“Ja, die zijn ook veel leuker, deze zijn nagemaakt in een rode kleur”, antwoordt opa geduldig. Rondkijkend lopen ze verder.
“Kijk, oma, daar staan er een paar in de winkel en die daar staat bij mensen in huis. Gek hè!”
Vervolgens lopen ze het Spuiplein op. Op de hoek van de fietsenwinkel staan een paar jongens zich waarschijnlijk voor te bereiden op oudejaarsavond.
“Kijk eens, daar staan er wel twintig, bovenop die palen met foto’s”, roept het ventje enthousiast en hij begint ze hardop te tellen.
“Zo, dat ventje geniet”, zegt een van de jongens tegen opa en oma. “Ja, het is hier een echt pinguïndorp geworden”, vertelt hij verder. “Een jaar geleden was half Bresjes nog tegen hun komst en nu stikt het er van. Overal pinguïns, in etalages van winkels, in woonkamers, cafés, restaurants en overal waar je ze niet verwacht. In het rood, wit en zwart, mét en zonder feestverlichting. Het mankeert er nog maar aan dat ze niet in de restaurants geserveerd worden. Je kunt er van alles eten: tong, zeeduivel, springbok, mossels, fazant, struisvogel, varkens, koeien, lammetjes en zo nog veel meer, maar geen pinguïns. Daarmee zouden ze ons dorp pas echt op de kaart kunnen zetten.”
“Nou, liever niet”, reageert oma furieus.
Even verder ontdekt de kleine jongen een houten beeld van pastoor Omer Gielliet onder de enorme grote kerstboom met duizenden lichtjes. “Kerstfeest is toch al voorbij opa?” “Ja, vent, maar de mensen vinden de boom nog erg mooi.” “Oh.”
Bij het beeld de tekst: “Hoezeer de wereld ook door schaalvergroting kleingemaakt, barsten zal ’t en ontdooien”. Het drietal loopt verder, het winkelcentrum in. “We gaan nu toch écht aan de oliebollen hè oma?”
Bochet,
een voorbijganger