Jaargang 14, nr. 1, volgnummer 326, 19 mei 2012

Animaaltje 17-12-11


Communicatiekunst mijns inziens naar belangrijker geëvolueerd dan professiekunde…
Het merendeel van de dierenartsen jonger dan veertig bestaat uit vrouwen. Binnen een luttel aantal jaren kan het beroep van dierenarts als vrouwelijk omschreven worden, terwijl ‘de club’, de ‘Koninklijke Nederlandse Maatschappij van Diergeneeskunde’, thans nog hoofdzakelijk geleid wordt door een (weliswaar tanende) groep mannen!
Feit is dat vrouwen makkelijker en beter communiceren dan mannen, wat tot meer tevreden klanten zal leiden. Goede communicatie, maar ook je uiterlijk, je gedrag, aandacht voor dier en klant, en inschatting van een behoorlijk niveau van professiekunde, vormen de belangrijkste criteria bij het uitkiezen van een praktijk, naast goede bereikbaarheid (parkeren voor de deur en geschikte openingstijden). Vrouwen zullen naar mijn mannelijke mening eerder in staat zijn om een lage drempel te creëren voor hun klanten. Tijdens je studie leer je veel, behalve (boekhouden! en) hoe je je moet gedragen tegenover je cliënten. De toon van je stem en je lichaamstaal zeggen veel meer dan wat je zegt. Mijn mannelijke lichaamstaal schijnt overigens soms best positief te zijn. Kan ik niets aan doen, gaat vanzelf. Helaas ben ik vaak de brenger van slecht nieuws en dat gaat beter met gefronste wenkbrauwen en een mond die niet aldoor openspringt en heel mijn gebit bloot geeft. Aan de andere kant is het ook wel eens moeilijk niet te lachen. Als iemand zegt dat haar hondje hoofdpijn heeft of mij vraagt om de alvleesklieren eens uit te willen knijpen, of als iemand vraagt of ik ook pincetjes tegen de vlooien verkoop (bedoeld wordt dan pipetjes) of als ik mezelf plots realiseer dat ik bij de uitleg over wat crematie inhoudt beter niet had kunnen zeggen dat het dier dan gewoon in een oven geschoven wordt, terwijl het om een konijn gaat dat het ‘haasje is’ met de kerst voor de deur…
Je ziet het, de emoties kunnen nogal eens schommelen bij de dierenarts: nu een pup, de volgende patiënt komt voor een euthanasie: ‘Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt’. Ik zeg wel eens gekscherend dat m’n praktijk bijna te klein is geworden om al het verdriet van klanten nog verder te kunnen stapelen en dat het praktijkgebouw daarom hier en daar al eens een scheurtje laat zien.
Over scheurtjes gesproken, laat ik eens een open deur intrappen hetgeen niet al te moeilijk is als ie al op een kiertje staat: in een tijd van toenemende individualisering en oppervlakkigheid, is het konijn meer dan een op termijn te slachten dier voor het kerstfeest, een hond meer dan inbraakpreventie en een kat meer dan muizenvanger. We investeren tijd, aandacht en emotie in ons huisdier, hechten ons eraan en zien het als lid van het gezin. Soms laat men zich zelfs in het gezicht likken! Het is voor de dierenarts een onmisbare eigenschap te zien wat een eigenaar in zijn/haar dier ziet, net zoals een huisarts zich in mensen inleeft, een luisterend oor heeft, begrip toont voor hun problemen. Beide professies moeten mijns nziens een gevoel weergeven dat er goed gezorgd wordt voor hun patiënten dat hun zorgen belangrijk zijn. Hoeveel kwaaltjes verdwijnen niet als sneeuw voor de zon, al is het maar omdat iemand er met een vriendelijk ‘placebo-oog’ naar gekeken heeft.
‘Oh Tannenbaum, oh Tannenbaum …, wie schön sind deine Blätter …’, maar de kerstboom is geen dennenboom, de kerstboom is bij ons een spar, een fijnspar of een zilverspar (in Duits ‘Tanne(baum)’).
Kersttijd, voor de meeste mensen een mooie tijd, aanbidden van een afgezaagde boom met ballen en andere attributen en wij maar glimlachen met de negers met hun door ons niet altijd even serieus genomen aanbidding van ‘god-weet-ik-veel’ en andere rituelen. Kerstmis, afgeleid van het rooms-katholieke ‘mis voor Christus’, en breder, de decembermaand, is voor onze honden lichtjes risicovol. Niet alleen de chocoladevergiftiging, maar ook intoxicatie door druiven ligt meer op de loer rondom de feestdagen. Er is overigens wel een individuele gevoeligheid: bij de ene hond ontstaat geen enkel probleem, bij andere honden zien we ernstige intoxicatieverschijnselen en zelfs sterfte. Het leek me goed dit even met u te communiceren!
Goede communicatie is echt wel van groot belang en kan als gezegd ook humor in zich dragen. Toen onze assistente Jessica een Belgische klant die een afspraak wilde maken voor een consult, vroeg “Met wat komt u?” (bedoelde dus met welk soort huisdier), antwoordde ze: “Met d’un ottó!”

Namens Dierenartsencentrum West,
 Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Geert de Bruijckere