Jaargang 13, nr. 18, volgnummer 318, 28 januari 2012

Dicteerubriek


Vijf van de zeven zinnen van het dictee: Lelystad 2010 (helemaal uit te schrijven). Vaagtaal. 1. Het zijn vooral de proactieve jongeren die zichzelf coöperatief en en bloc, als een soort taaltechnische stakeholders, trachten te ontplooien door het bezigen van een verrassend en nieuw soort taal met als cruciaal kenmerk een minimale menselijke interactie: de vaagtaal. 2. Logisch dat vooral anticiperende jongeren zich laten monitoren door hun behoefte aan een feelgoodmoment en vibreren op een emotionele klankschaal, die verder gaat dan een populaire maar materialistische, gedownloade Disneyringtone. 3. Wil je in deze tijd je ding doen, dan kun je in principe het beste in transparantie doorcommuniceren, waarbij het de kunst is om dicht bij jezelf te blijven en toch kans te zien om out-of-the-box te denken. 4. Waarschijnlijk zijn het drive en territoriumdrift die zich uiten in uiterst vaag taalgebruik, waarbij competenties discutabel blijven, maar iedereen - interessant genoeg - wel over een hands-onmentaliteit moet beschikken en wordt geacht een no-nonsenseaanpak te ambiëren. 5. Jongeren houden het graag dicht bij huis, als zij twitteren, hyven en facebooken met hun driehonderd of meer nieuwe allerbeste vrienden, waarbij zij te pas en te onpas mysterieuze afko’s hanteren die de indruk wekken van een haastig bestaan, maar die, zeker bij sms’en, vooral om budgettaire redenen worden gebruikt.

RL