Animaaltje 28-01-12
Bijna tot ‘canis cyclopis’ geworden…
Dierengeneeskunde beoefenen is een van die beroepen waarbij je altijd onmiddellijk bereikbaar moet zijn, met bijzondere nadruk op de woordjes altijd en onmiddellijk. Ook een dierenarts moet met regelmaat eens onder de douche, meer in het bijzonder ook wel eens als ie toevallig alléén thuis is. Hoe gaat dat dan met de telefoon, waar laat je die dan? Gelukkig hebben we in huis een ‘looptelefoon’ (welk een mooie naam voor zo’n ding!) en die ‘looptelefoon’ kan ik danig tactisch neerzetten dat ik door het douche-glas heen aan het oplichten van het rode lampje met gefocuste blik kan zien, wanneer er gebeld wordt, want het horen ‘afgaan’ van een telefoon, boven het geluid van de warmwaterstralen uit, is tijdens het douchen niet echt ‘geborgd’ zal ik maar zeggen. Daarbij dien ik er daarenboven voor te zorgen dat het betreffende douche-raam middels m’n washandje condensvrij blijft om het rode lampje te kunnen zien. Enfin, voortaan douchen met koud water zou ook nog een optie kunnen zijn… Het kan ook zomaar gebeuren dat je juist bezig bent ‘sanitair te relaxen’ en dat er telefonisch een spoedgeval binnenkomt. Ik kan dan snel van ‘de pot’ afkomen, want bij een echt spoedgeval telt soms elke minuut. By the way, een broek met ‘gulp met rits’ heeft dan duidelijk zijn voordeel ten opzichte van de moderne ‘gulp met knopen’. Het laatste systeem leidt over een hele dag gezien overigens en bovendien tot een hoop verlies aan vrije tijd…! Zo, da’s weer even genoeg in mijn ‘privé-keukentje-van-alle-dag’ gekeken. Terug naar het onderwerp spoedgeval, in dit geval beschrijving van een spoedvoorval van wat langere tijd geleden, een ‘geval-verhaal’ wat ik u niet zou willen onthouden en waarlijk echt is voorgevallen in de West-Zeeuws-Vlaamse Kikkerstad. Ook een dierenarts vergadert met regelmaat. Zo kwam het voor dat ik op een dinsdagavond de ‘vergaderkoffie’ juist op had toen het mobieltje afging. “Je moet direct komen, want ik denk dat z’n oog eruit ligt!” Het kan zomaar voorkomen dat je op enig moment eens wat geluk hebt in je leven: dienst hebben, onderwijl vergaderen in de Kikkerstad en juist een ‘spoedje’ binnenkrijgen, plaatsvindend op een steenworp afstand van je vergaderplaats. Binnen de vijf minuten stond ik in het café, vol reuring, daar voltrok zich het spoedgeval. Het was inderdaad spoed! Op de armen van de eigenaar lag Angel, een Shih Tzu, het linkeroog was er inderdaad uit (‘luxatio bulbi’)! Stel je de situatie voor: daar sta je dan met al je bagage, in een druk café aan de ‘Èrreburgse kaoje’ met een hondje van Tibetaanse oorsprong met een demonisch mytisch aangezicht, alsof haast niet van deze wereld, maar meer komend vanuit de onderwereld, alsof zij een zus was van ‘Cerberus’, de driekoppige hond die de ingang van de ‘Tartarus’ bewaakte in de Griekse mythologie. Snel handelen was het devies. Immers hoe langer de optredende zwelling aanhield, des groter de kansen op totale blindheid en zelfs oogverlies! (Terwijl ik dit schrijf vraag ik me luguber af of zo’n hondje iets kan zien met dat eruit liggende oog?). De eigenaar, maar ook het aanwezige publiek, verwachtte wat van mij. Met gedoseerde aanhoudende vingerdruk op de oogbol en ondertussen met mijn andere (viereneenhalve vinger tellende) hand tegelijkertijd trachtend het bovenste ooglid op te zoeken, vast te nemen en er met enige kracht overheen te trekken, floepte het ‘corpus delicti’, zijnde de linker oogbol, terug in z’n zitting, in z’n oogkas(t)je. Het ‘gremium’ had waarlijk waar voor hun geld gekregen die avond en eigenaars hartfrequentie daalde af naar weer normale proporties: ‘Angel’ was gered! Een pijnstillende en ontzwellende injectie volgde op de zogenaamde repositie en weg was ik, de vergadering wachtte immers, het publiek achter mij latend met ‘praatstof’ en een tevreden cafébaas! Gevoelsmatig binnen de tien minuten, maar zeker binnen het ‘vierendeels uur’ (in de ‘Max Havelaar’ door Multatuli gebruikt voor het woord ‘kwartier’), was ik terug ter vergadering (overigens met niet-dierenartsen!). “En was het spoed?” werd er gevraagd en “Wat was er aan de hand?” “O”, zei ik achteloos, “even een oog teruggezet, die was eruit gefloept!” Of ze het nu geloofden of niet, wat was ik trots op mezelf dat het was gelukt het oog onder deze omstandigheden netjes terug te plaatsen, een engeltje moet op m’n schouder zijn meegereden en heeft helpen voorkomen dat Angel niet tot een ‘cycloop’ is verworden, het bewijs daartoe zie je tot op de dag van vandaag nog steeds in één oogopslag!
Namens Dierenartsencentrum West, Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Geert de Bruijckere