Medewerkers Op Bresjes: bezorgers buitengebieden

Kort na het verschijnen van de eerste uitgaven van Op Bresjes kwamen er verzoeken vanuit de omliggende buitengebieden of het mogelijk was dat het dorpsblad daar ook bezorgd zou worden. Uiteraard kon dat, waarom niet. Aanvankelijk werd de bezorging vanuit de redactie gedaan, maar later werd een aantal vrijwilligers gevonden die elke veertien dagen hun pakketje met exemplaren thuis geleverd kregen, waarna ze op pad konden om de exemplaren te bezorgen. Dit waren Mina Versluijs (Nummer Een), Ria Baarends (Boerenhol), Ghiselaine en dochter Margriet Goethals (Nieuwe Sluis) en Jenny Hubregsen/Jaap Verherbrugge (Kruisdijk en polder ten oosten daarvan).

akruisdijk

Jenny en Jaap

 

 

anieuweSluis

Ghislain en Margriet

anummer1

Mina

aRia

 

Ria

 

Verkoop fotoboek start tijdens markt
Het fotoboek Van Bresjes is klaar. Zondag 30 juli zal het in een van de kramen van de Zondagsmarkt op het Spuiplein verkocht worden. Op deze dag geldt een speciale verkoopsprijs, terwijl er voor de eerste paar honderd kopers een gratis boek is.
Als afscheid heeft de redactie van Op Bresjes een fotoboek samengesteld met daarin afbeeldingen die voor het merendeel gestaan hebben in de rubriek Oude beelden. De foto’s zijn voorzien van een begeleidende tekst en groot afgedrukt.
Het boek heeft een afmeting van 240×220 millimeter en is voorzien van een harde kaft. De verkoopsprijs van het boek zal in de winkel € 15,= bedragen. Tijdens de Zondagsmarkt kost het boek echter € 12,50 en krijgen de kopers er tevens het boek Klussen bij (zo lang de voorraad strekt). Daarnaast zijn er nog enkele boeken verkrijgbaar die de redactie van Op Bresjes in het verleden geschreven heeft.
Alle reden om naar het Spuiplein te komen en het fotoboek en/of een van de andere aan te schaffen! De markt is van 12.00 tot 21.00 uur.

Geplaatst in Algemeen | Reacties staat uit voor Medewerkers Op Bresjes: bezorgers buitengebieden

Prijsvraag Op Bresjes

aIMG_1345

Arjaon (links) en Sakke.

Achttien jaargang lang heeft het drietal een column verzorgd in Op Bresjes. De ene onder de noemer Bochet, terwijl de andere – Sakke en Arjaon – om de twee weken een brief naar elkaar schreven. Hun echte namen waren voor de lezers en zelfs voor het merendeel van de redactieleden een vraag, want er waren heel erg weinig mensen op de hoogte wie Bochet, Sakke en Arjaon waren.
Vorige maand werd bekend dat Op Bresjes eind juli voor de laatste keer zou verschijnen. Het was voor de redactie een mooie gelegenheid om een prijsvraag uit te schrijven wie Bochet, Sakke en Arjaon waren. De lezers kregen de gelegenheid om tot half juli te reageren. Er kwamen regelmatig namen binnen, maar zaten de goede oplossingen ertussen? De winnaar moest ze uiteraard alle drie goed hebben!
Veel lezers zochten het drietal onder de medewerkers van Op Bresjes. Zo werden de namen van Reggie Corijn, Rein Leentfaar, Wilma Valk en Frans Meijaard veelvuldig genoemd. Laatstgenoemde werd door een lezer zelfs voor Bochet, Sakke en Arjaon versleten, maar dat blijkt toch niet helemaal goed te zijn. Een van de drie was Frans wel, namelijk Arjaon, maar achter de andere twee pseudoniemen zitten echt twee andere Bressiaanders.
Een naam heeft u dus. Nu de volgende. Op deze pagina staat ook een verhaal met Jaap Boekhout. Als u dat al gelezen hebt, dan weet u inmiddels dat hij als Bochet zijn column schreef, een voorbijganger. Jaap zijn naam is geen enkele keer genoemd en dat hadden wij eerlijk gezegd wel verwacht.
Ten slotte de derde persoon. Wie was nu Sakke? Nee, naast bovenstaande personen was het niet Peter van den Bossche, Willem de Groote, Suzan Boersma of Xerxes Markusse. De enige echte Sakke was Piet Brakman. Samen met Frans Meijaard zorgde hij elke veertien dagen voor een ingezonden brief. In hun laatste column op pagina 10 blikken zij gezamenlijk terug op hun tijd als Sakke en Arjaon.
Nu er niemand onder de lezers was die alle drie de namen goed had, wordt er uiteraard ook geen prijs uitgereikt, want een van de drie goed vonden wij te weinig. We hebben het er nog over gehad om te kijken wie er het dichtst bij was, maar wat houdt dat in? Wie van de verkeerde inzendingen er het dichtst bij Piet Brakman woont? Nee, dat leek ons niet zo’n goed idee.
De mensen die de moeite hebben genomen om namen in te sturen danken wij van harte.

Redactie

Geplaatst in Algemeen | Reacties staat uit voor Prijsvraag Op Bresjes

Terugblik op achttien jaar Op Bresjes

Wat gebeurde er allemaal in achttien jaar? Baby’s werden tieners en gingen wellicht op zoek naar een vervolgopleiding na de middelbare school. Tieners zijn nu volwassen mensen met al dan niet een gezin en kinderen. Jong volwassenen staan nu midden in het leven, hebben werk en een klein of iets groter gezin. Vijftigers zijn gepensioneerd en hopelijk in goede conditie om nog jaren van hun AOW en/of pensioen te genieten in voorzieningen als De Bolder, Goedertijt en Hooge Platen of gewoon lekker thuis.
Breskens is van een ‘gewoon’ vissersdorp veranderd in een aantrekkelijke en gezellige plaats om te wonen, te werken en te leven (en uit te gaan voor een hapje of een drankje). Een groot aantal sportclubs biedt jong en oud elk wat hij of zij wil. Jaarlijks worden nieuwe gebouwen, huizen en appartementen opgeleverd, zoals in de Roode Polder, Mercurius(straat), Fort Imperial en Wapen van Breskens. Er kwam een groot industrieterrein en straks nog eens 460 appartementen op de middenhavendam. Van al die ontwikkelingen hebben wij getracht u met foto’s, interviews, verslagen, enzovoorts zo goed mogelijk op de hoogte te houden. Van menig lezer hoorden wij dat zij jaarlijks alle Op Bresjes-nummers bewaren, hetgeen ons als redactie natuurlijk goed doet.
Wij hanteerden zowel jaar- als kerstthema’s. Dat naast jarenlange vaste rubrieken als Bedrijven in Breskens (later: Ondernemende Bressiaanders), De Schakel en Oude Beelden.

Jaarthema’s / Kerstthema’s
1999 – Een bijzonder jaar; 1999
2000 – Kerstgroet van oud-Bressiaanders
2001 Jaar van de vrijwilligers / Buitenlandse Bressiaanders
2002 Creatieve Bressiaanders / Wij werken met Kerst
2003 Muzikale Bressiaanders / Jong en oud viert kroonjaar
2004 Sportieve Bressiaanders / Sporters uut Bresjes
2005 De klas van … / De klas van ….
2006 Bestuurslid van … / Veranderingen
2007 Een Bressiaander in ’t zonnetje / Jarig tijdens de feestdagen
2008 Hooge Platen binnenste buiten / Klaar voor Kerst
2009 Dialecten in Breskens / Kerstgroet uit het buitenland
2010 Abonnee van Op Bresjes / Nieuwe Bressiaanders
2011 Verzamelaars en hobbyisten / Bijzondere gebeurtenissen in 2011
2012 Bressiaanders over vroeger / Inwoners uit andere provincies
2013 Studenten uit Bresjes / Terugkijken op 2013
2014 Op vakantie met … / Verhuizen
2015 Trainers / Werken met Kerst
2016 Beroepen / Beroepen
2017 Keukengeheimen

RC

Geplaatst in Algemeen | Reacties staat uit voor Terugblik op achttien jaar Op Bresjes

De beste stuurlui – 456

De_Beste_Stuurlui

Geplaatst in Beste stuurlui | Reacties staat uit voor De beste stuurlui – 456

En passant – 456

De laatste Op Bresjesetappe
Achttien jaar geleden schreef ik mijn eerste column voor ons aller huis-aan-huis blad Op Bresjes. Met groot plezier heb ik om de twee weken mijn geschreven teksten, op een paar uitzonderingen na, bij de redactie van het blad ingeleverd.
Ik pikte mijn onderwerpen veelal op straat, op het terras of in de winkels op. Luisteren met twee oren en ongemerkt korte notities maken. Dat was mijn werkwijze. Ik vind het spijtig dat dit alles achter de rug is, maar aan alles komt een eind.
Gelukkig ben ik op meerdere gebieden met het schrijven bezig, dus ik val zeker niet in het bekende ‘zwarte gat’.
In Op Bresjes-nummer 455 van 17 juli las ik een oproep van de Dorpsraad voor nieuwe redactieleden om het dorpsblad voort te kunnen zetten. Een nieuwe uitdaging voor de initiatiefnemers! Succes gewenst!
Ik dank de redactie van Op Bresjes voor het in mij gestelde vertrouwen en de vriendschap, die daarbij is ontstaan.
Ik eindig met twee haiku-gedichtjes (tanka’s), een van mijn partner Ineke en een van mezelf.

rijen knotwilgen
in fleurig fluitenkruid
net als de Zeeuwen
standvastig diep geworteld
geknakt maar niet gebroken

Ineke

stromende regen
bakken uit een grauwe lucht
vakantieweertje
kinderlijk verlangen naar
een wellness bubbelbad

Jaap

Bochet,
een voorbijganger

Geplaatst in En passant | Reacties staat uit voor En passant – 456

Animaaltje – 456

Van vogelen naar ‘veugelen’ en terug…
Waar vind je nog de stilte? Voor mij is absolute stilte, overdag dan meer bepaald, tot een luxe ‘artikel’ verworden. Immers, hoe weinige momenten raken we daar nog in verzeild? En toch, in mijn verliefdheid voor het, jammerlijk (jeugd)krimpend, Zeeuws-Vlaanderenland ontmoet ik ‘haar’ zo nu en dan. Maar nee, niet nu, wel als de akkers zijn kaal geoogst. Dus moment dat ik dit nederschrijf, wil ik lezer deelgenoot maken van mijn gisterdag: een leeuwerik heeft zowaar mijn juist genoteerde en gekoesterde stilte wel heel prettig verstoord! O, wat ben ik daar blijde van geworden, wat heeft die mij energie gegeven: in gedachten terug naar vroegertijd, waarover zo meteen wat meer.
De klimmende leeuwerik horen met die prachtige klankkleur is voor mij synoniem met vrolijkheid boven mijn levenspad. Ik waan me dan heel even alsof ik in Godfried Bomans “Erik of het klein insectenboek” ben aanbeland. Dergelijke graad van opgewondenheid overvalt mij ook bij het zien van op kortgemaaide grote pelouses liggende boerenzwaluw-jongen, wachtend op hun letterlijk in vliegende vaart voederende acrobaten-ouders, en dat is geenszins overdreven hen dergelijke meesterlijke kwalificatie toe te dichten! Het zijn momenten waarbij nostalgische flashbacks zich van mij meester kunnen maken, terug naar de pre-Animaaltjesschrijftijd … einde middelbare school overlopend in het universitair vervolg.
Wekelijks fietste ik op zondag des morgens vroeg met een maat vanuit de Oostburgse stede oostwaarts om in IJzendijke ons vriendentrio te completeren. Vogels-kijken (‘vogelen’) was jarenlang ons zondagsdoel. IJs en alle weders dienende, door weer en wind, met alle drie de (niet race)fietsen voorzien van een koersstuur en derailleur, moest een excuus van goeden huize komen. Dit fietsen ging altijd door! En altijd hadden we de Côte d’Or mee, en de Snickers, maar ook de heupflacon met Slivovitsz (pruimen-brandewijn, 15%), zeg maar tegen koude, al is deze verklaring niet erg betrouwbaar in de zomer…, en ook nog stapels boterhammen, Petterson’s vogelgids en verrekijker. En we reden praktisch altijd de zelfde route: IJzendijke, Braakman(haven) en langs de oever van ‘de Honte’ (zo heette de Westerschelde vroeger) via Nummer 7, la Place à la Tête sur Mer (d’Oôfplaote) [in het café bij Temmerman in Hoofdplaat werden de laatste stûûten verorberd met soep en jukebox] en dan via Nummer Een terug naar le Petit Paris en ‘Woosburg’.
Elk van ons had zijn verhalen over de afgelopen week, de een tot osteopaat geworden, de ander bioloog, ikzelf tot dierendokter, ieder verhaalde ter fiets zijn belevenissen en meningen, af en toe leidend tot zelfs danig politiek jongerengekrakeel dat mogelijk een zeldzaam vogelexemplaar niet eens werd opgemerkt, alhoewel de weidepaaltjes vrijwel steevast werden afgetuurd.
Welk een liefden heb ik in die periode opgedaan: liefde voor de natuur, de verschillen tussen tarwe, gerst en haver, tussen bieten en piepers, tussen jûûn en karwei, liefde voor de vogels, welk een motivatie om straks vogels te willen genezen, de liefde voor mijn IJzendijkse maats liefste zus, Karin. Het enorme diepe besef van hier zo geweldig mooi te wonen en hier dan ook later zeker definitief terug te zullen keren na het Gentse studie-avontuur, naar een vaderlandsgedeelte waar ik werd geraakt door oog in oog met ijsvogel, putter en staartmees, maar ook door een nog niet uitgevlogen dochter van een IJzendijkse ondernemer.
En zo is het gekomen, van vogelen kwam ‘het veugelen’ en ben nu weer meer op pad richting meer ‘gaan’ vogelen, tenminste als de tijd en ogen mij blijven goed gezind. Eenmaal besmet door het ‘vogel-kijken-virus’, laat het je niet meer los, kan wel even wegzakken door sterkere prikkels, maar het komt altijd weer boven; wat missen mensen die dit niet kennen ernstig veel in deze. Maar het voorrecht te zijn begeleid door een bioloog heeft mij nog extra gemotiveerd en gestimuleerd en dan maak je bovendien niet de fouten als: “Ja, wij fietsen ook heel erg veel en zien de vogels. Gisteren nog zagen we nog een prachtige kiekendief in een boom!” Opkomend lyrisch gevoel bij het zien van een kiekendief in een boom zou ook mij waarlijk treffen en voor een moment van opgewondenheid kunnen zorgen…, maar het zal mij niet gebeuren. De kiekendief, de ó zo prachtig ‘schone’ vogel, toont zich wél majestueus sierlijk elegant boven de akkers of het riet, maar laat zich per se nóóit in een boom aantreffen, zei de bioloog toentertijd, en da’s waarschijnlijk nog wel zo!

Namens Dierenartsencentrum West,
Geert de Bruijckere
dacwest@zeelandnet.nl

Geplaatst in Animaaltjes | Reacties staat uit voor Animaaltje – 456

Sakke en Arjoan – 456

Hoej’ndag Bressiaonders, lezers in omliggende durpen en overzêêse gebiedsdêêl’n,

De leste Op Bresjes lig op de matte en dus ook de leste kêêr Sakke en Arjaon. Voor ons de leste kanse om alle trouwe lezers te bedank’n vôô achtien jaor voo’- en naopret. Wan’ dâ èn je ons wê bezurgd. H’liek vanaf d’êêrste aflevering’n kreeg me wê deu dâ me om de vêêrtien daog’n regelmaotig het onderwerp van gesprek waor’n en het nôôdige los maok’nde.
“Zeg è hie Sakke en Arjaon geleez’n?” En dan kwaom’n de reacties los. Wudder bin allebei nie van die figuren die ûûtkiek’n nao verjaordagsfêêstjes, buurtbarbekjoes, baby-borrels, trouwjubileao’s en dèrgelijke. Stèrker nog, me aon allebei een redelijk arsenaol an smoesjes om er mao nie nao toe te moet’n gaon. Mao de leste jaoren wier het steeds leutiger om er toch mao nao toe te gaon, zeker â een paor daog’n daovôô Op Bresjes wéé was ûûtgekomm’n.
En wâ te dienk’n van d’ûûtwèrking op het gemêênt’ûûs en dan vooral in de periodes van gemêênteraodsverkiezieng’n. Mêênig kêêr dâ een fractievoorzitter op z’n bureau een opengevouwen Op Bresjes mee de bladzij van Sakke en Arjaon op z’n bureau von’. Of â’t goeng over ‘oe â bie zôôveelste hrôôtse plan van het college een fractie z’n heliek probeer’nde te aol’n in de wandelgang’n tegen een wet’ouwer riep: “Dan è hie zeker Sakke en Arjaon nog nie geleez’n.”
Mao ’t schôônst van alles blûûv vansèf dan me zèlf al die tied bûût’n schot bin gebleev’n. En d’r is toch regelmaotig gevist naor onze waore identiteit. Regelmaotig â je in z’ôôn groepje terecht kwam mos’ je ’t spelletje mee speel’n, maor ook knap op je tell’n pass’n. Me herrinner’n ons nog goed een reactie van iemand die zei: “Dâ bin volgens mie een paor pientere mannetjes, die an goed ingevoerd bin en goed weet’n oe an ze op een ludieke maniere belangrieke dieng’n as totaole onzin afschilder’n en omgekêêrd.”
Dâ’s vansèf iets wao wudder het noe nao al die jaor’n zelf nog es even over g’had èn. En dan is ’t net as bie topsporters die t’rugblikk’n en udder afvraog’n of ze wel alles ûût udder carrière g’haold èn. Het antwoord kan dan allêên mao zin: “Nêê, vansèf nie.” Wâ dienk je allêên al van het feit dan me onze identiteit achtien jaor lang geheim èn weten te ‘ouw’n en oevéé miljoen euro ze in D’n Aogt d’r nie voo ûûttrekk’n om een topcrimineel, die as krôôngetûûge is gebrûûkt, van een andere identiteit te voozien zôô dât ie vôô de rest van z’n leven nie mêêr op te sporen is. Daor èn me wellicht een leuk zakcèntje laot’n ligg’n. Mao wâ me d’r wel ûûtg’haold èn is al die voo’- en naopret bie de reacties die we zelf regelmaotig opvieng’n in de rij bie de supermart, onder de luifel van ’t kibbelingkraom, an d’n tôôg bie de bakker of op het terras van welke horecaogelegenheid dan ook.
Wudder dienk’n dan ook dâ hêêl wâ lezers, zonder dâ ze dâ zelf èn geweet’n, ons mêêr plezier èn bezurgd as wudder die lezers. Daarom, beste lezers van Op Bresjes, bedankt voo de vele jaoren hèèl véé leute. Ook een woord van dank an de redactie voo ’t vertrouw’n om, ook vôô judder twêê anonieme mallôôt’n, achtien jaor lang udder gang t’èn laot’n gaon. En nao die gemêêntraodsleej’n, die an me in al die jaor’n vergeten zin op de korrel te nemen, onze excuses. D’r kunn’n d’r ûûteindelijk maor een paor de klos zin. As goedmaokertje kunn’n me wel, vôô ’t geval je nao de volgende raodsverkiezing een andere identiteit nôôdig èt, kiek’n of me iets voo judder kunn’n doen. Mao me oop’n allêên dat dâ nie nôôdig gao zin, wan’ dâ kon in judder geval nog wel es een hêêle klus worr’n.
Allêê, dat het de kommende achtien jaor iederêên nog stik goed mag gaon, de nêstigheid en de hroet’n weer éé.

Sakke en Arjaon

P.S.: Voo diegene die strekjes in Bresjes gaon lôôp’n rondbazuinen dat ‘ie è geweten wien an Sakke en Arjaon waor’n, mao nie an de priesvraog èn meegedaon: “Wees mao blieje dâ me nie mêêr kunn’n reageer’n.

Geplaatst in Sakke en Arjoan | Reacties staat uit voor Sakke en Arjoan – 456

Dicteerubriek – 456

Laat, later, laatst(e)

Doodzonde, dat ik dit in het laatste nummer van Op Bresjes moet schrijven. Als zwanenzang dan maar een VD-fantasie op ‘laatst(e)’: 1) Dit is het laatstverschenen nummer van Op Br, 2) Het laatste uur van dit blad is aangebroken, 3) Het blad blaast de laatste adem uit, 4) De redactie heeft tot de laatste snik, de laatste ademstoot gevochten voor behoud, 5) Het blad liep al op zijn laatste benen, 6) De bel voor de laatste ronde heeft geluid, 7) De laatste loodjes wegen het zwaarst, 8) Vele eersten zullen de laatsten zijn – vele laatsten zullen de eersten zijn, 9) Hel laatste restje hoop verspelen, 10) Een laatste groet brengen = de laatste eer bewijzen, 11) De laatste hand aan iets leggen, 12) Het laatste hemd heeft geen zakken [doodshemd = laatste kleed = doodskleed = houten kleed: je kunt niets meenemen], 13) Hij zal de laatste zijn om iets te doen, 14) Op het laatst lopen (hoogzwanger zijn), 15) Bij laatste wil = bij uiterste wilsbeschikking, bij testament, 16) Een laatste redmiddel aangrijpen, 17) Zij is gekleed volgens de laatste mode, 18) Het laatste bedrijf (van een toneelstuk), 19) De laatste trede van de trap (missen), 20) Hij is nummer laatst: de laagste op de ranglijst, 21) Ik ben laatst nog bij hem geweest, 22) Hij kwam weer het laatst, 23) U moet deze rekening ten laatste 31 augustus betalen, 24) Wie het laatst lacht, lacht het best, 25) Wil de laatste het licht uitdoen?, 26) Daar was laatst een meisje loos, die wou gaan varen als lichtmatroos (uit een kinderliedje), 27) De laatste man (bij het voetballen) is de libero, 28) De laatste der Mohikanen = de laatste van een bepaalde groep of partij (toespeling op een roman van F. Cooper), 29) Iemands laatste ogenblikken = zijn stervensuur, 30) De laatste letters (van het alfabet: x, y, z) worden in de wiskunde gebruikt voor onbekende grootheden, 31) Hij kijkt of hij zijn laatste oortje [van oord, mv. oorden, verkleinwoord oordje of oortje] versnoept heeft = hij zet een bedremmeld gezicht, 32) Hij heeft zijn laatste cent aan zijn hobby opgeofferd, 33) Hij heeft zijn schuld tot de laatste penning – geheel en al – betaald, 34) Ik stond laatst voor een poppenkraam, o, o, o / daar zag ik zo veel poppen staan, zo, zo, zo (uit een kinderliedje), 35) De laatste rustplaats: het graf, 36) Zij is naar de laatste smaak gekleed, 37) Hij heeft tot de laatste stuiver moeten bloeden, 38) Met het laatste taboe wordt de zelfdoding bedoeld, 39) Ook zijn laatste tocht (de uitvaart) is volbracht, 40) Hij is voor haar de laatste toevlucht, 41) De vijand is tot de laatste man verslagen, 42) Zijn laatste troef uitspelen (de laatste kans grijpen), 43) Een laatste waarschuwing krijg je voordat men tot sancties overgaat, 44) Altijd het laatste woord willen hebben (altijd wat terugzeggen), 45) Daarover is het laatste woord nog niet gezegd, 46) De achterpagina is de laatste pagina van een krant, 47) Het laatste deel van de middag: op een achternamiddag (in een verloren uurtje) heb ik dat klusje geklaard, 48) Hij heeft de laatste hand aan zijn schilderij gelegd (het afgerond), 49) Met een afscheidsmaal, een galgenmaal, neem je afscheid en 50) Het eindstation van de bus is de laatste stopplaats.

Dit is mijn laatste woord.

RL

Geplaatst in Dicteerubriek | Reacties staat uit voor Dicteerubriek – 456

B.R.oedsels – 456

Einde broedseizoen

FullSizeRender

Het probleemoplossend denken, noemde mijn moeder “broeden.”
“Stil even kinderen”, zei ze vaak, “laat mijn hoofd met rust, ik zit weer te broeden.” En dat respecteerden we. We wisten wat dat betekende.
Soms stond ze ‘s morgens doodmoe op en dan vroeg mijn vader: “Hoe komt dat zo?” Waarop mijn moeder naar haar hoofd wees en zei: “Hier… heel de nacht liggen broeden…“
Het is me niet vreemd, dat broeden. Het zit in de genen. De titel voor deze rubriek haalde ik dus bij mijn moeder. Bovendien begint het met mijn initialen en de BR van Breskens. Dat ik hier niet langer kan broeden, spijt me zeer…

wordt het mij zwaar ten moede
kijk ik naar horizon tot Groede
vlucht ik over dijken in laarzen
sta ik stil bruisend te verbazen
over hoe de dag weer is gegaan
golvend langs de Noordzeelaan
vliegen vogels mijn benen door
landen op strand, krijsen in koor
‘t koele tij tintelt zeevrouwsbenen
tranen tuiten in zee mag ik wenen
soms vrijelijk – geperst als ‘t moet
vaarwel ‘Op Bresjes’ het was goed
einde van mijn fijn strandgebroed

B.R.

Geplaatst in Broedsels | Reacties staat uit voor B.R.oedsels – 456

Keukengeheimen (14) – 456

Garnalen met rijst en groente (amuse)

uitkoker

Het keukengeheim van Izaak Boidin voor Op Bresjes zal wel altijd een geheim blijven. Specialiteiten van hem zijn stoofpotjes, boeuf de bourguignon, hachee en goulash. Na het zo plotselinge wegvallen van twee leden, Frans Maas en Freddy Franssens, van kookclub De Uitkokers, een groep kookfanaten waarvan Izaak ook deel uitmaakt, is voor een ander recept gekozen.
De amuse garnalen met rijst en groente hoort bij het menu van 20 maart jl., het voorlaatste diner dat door heel de club werd bereid. Maar wie of wat zijn De Uitkokers? Zijn ze uitgekookt? Gehaaid? Of willen ze uit koken en niet thuis? Dat laatste zal het wel zijn, want zo te horen raken ze nooit uitgekookt. Ze gaan door, al zal het koken dit najaar anders zijn.
Frans en Freddy waren leden van het eerste uur. “Ze waren er al voor mij”, weet Izaak. “Moest Freddy nog wel eens verstek laten gaan voor zijn werk, Frans was er altijd. Ik heb dit recept dan ook speciaal uitgezocht en draag het op aan deze twee Uitkokers.”
Izaak heeft niet alleen het menu uitgezocht, hij heeft alle boodschappen gedaan en begint gelijk aan de voorbereidingen. Alles wordt vers en ter plekke gemaakt. Dan moet een kok alles doen, ook een ui schoonmaken, de juiste pannen zoeken, het passende deksel niet vergeten en vooral een geschikt mes pakken.
Tijdens de voorbereidingen worden herinneringen opgehaald en verteld over de Uitkokers. “De meeste leden zijn gestopt met werken en gek van koken. Het is een prima club. Wij koken in Cadzand-Bad bij Restaurant l’Ambinace. Onze kooksessies zijn gedurende de wintermaanden een keer per maand op de maandag. Het menu wordt door onze leermeester Antoine Maenhout samengesteld. Een week van tevoren krijgen we het toegestuurd.”
Izaak gaat ondertussen stug door met zijn mise-en-place. Het begint steeds beter te ruiken en mijn smaakpapillen komen al in stemming! “Sommige leden maken thuis al een keer het menu om te oefenen. Dat doe ik nooit. Wat we maken is altijd lekker. ‘s Avonds komen dan onze vrouwen en wordt er gezamenlijk gegeten.”
Mijn en echtgenotes Magda’s privékok gaat door met het snijden van groente: “Julienne”, verduidelijkt hij. “Misschien niet helemaal, maar…” Geen punt, het ruikt heerlijk. Overheerst er knoflook? Wel nee, het hoort er allemaal bij. De rijst is klaar, de scampi’s gaar en we kunnen bijna niet wachten. “Nog even! Eerst de borden opmaken zoals het hoort.” Antoine heeft zijn Uitkokers goed afgericht. Zelf thuis werken ze volgens protocol.
Maar dan mag het: aan tafel! Met een toost op Frans en Freddy en meer dan een pluimpje voor onze kok: het was verrukkelijk!

Recept
Garnalen met rijst en groenten

Benodigdheden(4 personen)
12 stuks scampi
100 gram rijst
Kwart van een rode paprika
Kwart van een grote ui
Teentje knoflook
Olijfolie
Zakje groene curry
Flesje kookroom (200 ml)
1/4 limoen
Peper en zout
Enkele stengels lente-ui

Voorbereiding
Ontdooi, pel en verwijder het darmkanaal van de scampi
Snij de scampi eventueel tot tweederde of geheel doormidden
Snij de paprika en de ui in fijne reepjes
Rasp de schil van de limoen
Snij de lente ui in fijne ringetjes en plaats ze apart voor de garnering

Bereiding
Verhit de olijfolie in een wokpan en bak de paprika, het knoflookteentje en de uien aan
Voeg naar smaak groene curry en een deel van de room toe
Voeg de rasp van de limoen toe
Voeg de scampi, de rest van de room en limoen sap naar smaak toe
Laat het geheel ongeveer 4-6 minuten sudderen tot de garnalen mooi roze zijn
Breng het geheel verder op smaak met peper en zout
Kook ondertussen de rijst gaar

Afwerking
Leg op een verwarmd bord een bolletje/schepje rijst
Verdeel de garnalencurry naast de rijst
Garneer het af met de lente-ui-ringetjes

Smakelijk!

WV

Geplaatst in Keukengeheimen | Reacties staat uit voor Keukengeheimen (14) – 456

Bedrijven in Breskens of Ondernemende Bressiaanders – 456

 

Deze rubriek bestaat al sinds het eerste nummer van Op Bresjes. Volgens mijn collega-redactieleden wilde ik zeker honderd bedrijven bezoeken. Nou ja, het zijn er heel wat meer geworden. We hadden in 1999 geen idee hoe dit zou aflopen.

Ruim achttien jaar en vele ondernemers verder wil ik graag alle mensen bedanken die tijd vrij gemaakt hebben voor een interview. Een aantal kregen een tweede kans, bij een overname, een jubileum of een grote verbouwing. Dat waren nog geen tien. Eindconclusie: er zijn nog steeds nieuwe ondernemers, Bressiaanders, die de moed hebben een eigen zaak te beginnen, hun droom waar te maken. Allemaal bedankt, voor de tijd, de verhalen en vooral voor de vele, vele, meestal lekkere, koffie!

In dit laatste nummer van Op Bresjes een jonge ondernemer die helemaal zijn eigen weg gaat en heel bijzondere producten maakt, Onno Jongman.

Ondernemende Bressiaanders: Onno Design

Onno2

Een van de jongste en meest artistieke ondernemende Bressiaanders is misschien wel Onno Jongman van Onno Design. Nog tijdens zijn schooltijd liet hij zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel en was hij bezig zijn bijzondere ontwerpen aan de man of vrouw te brengen.
Onno (24) volgde een opleiding Hout- en Meubelcollege plus Scheepsinterieur in Rotterdam. Hout is zijn grote passie. Dat blijkt ook uit het feit dat hij regelmatig gevraagd wordt om aan zijn school in Rotterdam voorlichting, een soort college, te geven en nieuwkomers te motiveren. “Ik kan ze nu wel vertellen hoe het wel of juist niet moet”, aldus Onno. “Jammer genoeg heb ik zelf het laatste, specialisatiejaar niet afgerond. Wel heb ik twee diploma’s op zak. Het laatste, extra jaar, zat toen te vol. Er moesten lootjes worden getrokken. De kans was groot dat ik een heel jaar zou moeten wachten. Ik ben toen gelijk helemaal voor mijn eigen bedrijf gegaan en heb er zeker geen spijt van.”
Naast zijn Onno Design is er nu ook Onno Interior, twee bedrijven met een gezamenlijke insteek die elkaar aanvullen. “Design zijn mijn eigen ontwerpen en producten van eigen productie. Alles zelfgemaakt en bedacht. Stijlvol en uniek. Mijn ontwerpen besteed ik niet uit, die maak ik zelf, tafels, bureaus, kasten en de kleinere zaken zoals houten ordnermappen en agenda’s. Gelukkig waren er ook andere uitdagingen zoals de hexagonale wandversieringen aan de muur en achter de bar bij restaurant Spetters, het interieur van restaurant Escobar en de winkelinrichting bij Parfumerie Huisman in Sluis. Tevens waren er uitdagingen om speciale wensen van particulieren te verwezenlijken. Zo was er onder meer een zwevende tafel. Dit ontwerp kon ik samen met de hulp van Constructiebedrijf van Vugt realiseren. Ik neem elke opdracht op het gebied van woninginrichting aan, doe alles, behalve plafonds en vloeren, daar hebben we weer andere voortreffelijke specialisten voor in Breskens.”
Wat doet Onno Interior? “Ik wil altijd graag een totaalplaatje. Dat lukt niet altijd. Een tafel van mij met stoelen die er eigenlijk niet bij passen? Dan zoek ik, indien de klant toestemt, overal passende accessoires zoals in dit geval stoelen. Ik moet meestal binnen een bepaald budget blijven. Lukt het niet een eigen ontwerp te verwezenlijken, dan zoek ik op meubelbeurzen in binnen- en buitenland passende dingen die ook direct leverbaar zijn. Een kast of stoelen zelf maken heeft tijd nodig. Zo maakt Onno Interior het plaatje af, is er helemaal op gericht dingen te vinden die helemaal bij mijn ontwerp passen. Al heb ik natuurlijk veel liever dat Onno Design het kan maken!”
Nog een vraag, hoe hang je een betonnen tafel op en waarom beton? Onno moet even lachen. “Ik heb dit kunnen doen dankzij de hulp van Peter van Vugt. De tafel staat ergens in een oud VOC-pand en de klant wilde geen hout op hout op de vloer, dus bedacht ik een zwevende tafel. Peter heeft het ophangsysteem, de kettingen, gemaakt.”
Is de tafel dan niet lood- en loodzwaar? “Nee”, aldus Onno, “het is een houten tafel waarop een soort beton gesmeerd is en afgewerkt met tweecomponentenlak. Zo is de tafel vochtwerend. Ze lijkt heel zwaar, maar is het niet. In principe kan dit in ieder huis.”
Is er iets waar je het meest trots op bent? “Toch wel mijn bureaus.” Onno is daar zeker. “Een bureau was ook mijn examenstuk en is overal goed ontvangen.”
Nog wensen? “Ik ben blij met mijn werkplaats, er komt binnenkort een schaafbank, er staat al een zaagmachine en ik werk hier prettig. Maar, een showroom in Breskens, liefst met inpandige werkplaats, is en blijft een droom.” Wie weet, misschien heeft iemand een idee?

WV

Geplaatst in Ondernemende Bressiaanders | Reacties staat uit voor Bedrijven in Breskens of Ondernemende Bressiaanders – 456

Oude foto – 456

Oude beelden: Visserijfeesten 1953

oudefoto456

Over de zwemkunsten van fietsenmaker Teeuw van Meenen doen meerdere verhalen de ronde in Breskens. Een retourtje Vlissingen op de zonnige zondagmorgen? Waarom niet. Het was toch maar een eindje? Ook bij de organisatie van het openluchtspel bij de eerste Visserijfeesten was er een rol voor Teeuw weggelegd. Hij speelde de Romeinse zeegod Neptunus en zwom – onder water – met zijn drietand naar de wal om hier aan wal te komen. Waar ging hij te water? Misschien vanuit de sloep die hier rustig in de kaoje ligt te dobberen? Het moet wel een prachtig spektakel geweest zijn. Wie staat er in de sloep? De havenmeester, een paar roeiers en een liefdespaar? Duidelijk is dat het spel zich helemaal rond het haventerrein afspeelde, ook voor de silo staan nog deelnemers. Hoe hebben ze dit alles gerealiseerd zonder de techniek van vandaag? Hadden ze microfoons? Nu hebben we alle technische mogelijkheden, alleen en spel op de been brengen met zoveel spelers, iets samen doen, dat lukt nooit meer. Op de achtergrond de silo. Het werk is ondanks de problemen tijdens de watersnood op 1 februari 1953 goed opgeschoten. In deze noodlottige nacht werden de pas uitgezette fundamenten van de graansilo weggespoeld. Op 15 augustus was het werk haast afgerond en wapperde de vlag in top.

WV

Geplaatst in Oude Foto's | Reacties staat uit voor Oude foto – 456

De Schakel – 456

schakel70

Haagse Hopjes: Piëteit
Een poos geleden riepen Burgemeester en Wethouders van Roermond sollicitanten op naar de betrekking van Doodgraver, waarvoor het bezit van het diploma Tuinbouw en Plantkunde of een soortgelijk diploma wordt vereist.
De Haagse Post noemde dit de nieuwste tuinbouw, doch wij kunnen de gestelde eisen niet dwaas vinden. Wanneer we zien dat vooral in de grotere plaatsen getracht wordt, om de dodenakker het aanzien te geven van een rustig en mooi aangelegd plantsoen, zouden ook wij voor het onderhoud daarvan liever iemand aanstellen met kennis van en liefde voor planten, dan bijvoorbeeld aan een goed administratief onderlegd persoon.
Toch loopt het met de vervulling andere gemeenteambtenaar, die er nog wel iets bij kon nemen. Aldus geschiedde. Van weinig zin voor piëteit getuigde het desbetreffend besluit van de gemeenteraad, waarbij het toezicht op de begraafplaatsen werd opgedragen aan… de Hoofdcontroleur der Openbare Vermakelijkheden. Motivering – binnenskamers gelukkig – deze man zit door zijn werk voortdurend in een wereld van wuft vermaak en nu zal zijn dagtaak hem voortaan ook in aanraking brengen met de meer ernstige dingen des levens!
En wat te zeggen van de volgende aanschrijving van de distributiedienst aan een overledene: Aan Wijlen J.G. van Schaik, Verspronckweg No. 32, Haarlem. Naar aanleiding van Uw overlijden nodig ik U uit, U Zaterdag 14/10 1946 tussen 8-11 uur aan het Distributiekantoor, Zijlstraat 70, loket 16b te vervoegen met medebrenging van deze oproep en Textielkaart V 115 en bon no. 42 van tabakskaart.
De Directeur van de Distributiedienst, A. van Driel. Deze kaart werd in 1946 aan het adres van een overledene, aan “wijlen” enz. toegezonden. De overledene werd daarbij “naar aanleiding van Uw overlijden” uitgenodigd om op het Distributiekantoor te verschijnen en zijn textielkaart en tabaksbon in te leveren, die hij in verband met zijn overlijden toch niet meer nodig had. We zullen dergelijke blunders, dergelijke gebrek, aan piëteit maar op rekening stellen van de oorlog; meer willen we er niet van zeggen.

Plaatselijk Nieuws
Sluis – Maandag 14 Juli zal alhier in de Zwitserse kerk een bijeenkomst plaats hebben voor de officiële heropening van het herstelde, vernieuwde en verbeterde tehuis voor Ouden van Dagen “Rozenoord”. O.a. zullen worden uitgenodigd de diaconiën van West Zeeuws-Vlaanderen, als zijnde leden van de vereniging, de predikanten, de instanties die Rozenoord hebben gesteund bij het herstellen, de vernieuwing, de ambachtslui, architect en opzichters en leveranciers, terwijl ook een radiovereniging heeft toegezegd met de reportagewagen aanwezig te zullen zijn.
Breskens – Dinsdagmiddag is alhier door B en W aanbesteed het opruimen van twee gew. beton bunkers en twee gemetselde bunkers aan de Grote Kade, Steenoven en Nijverheidsstraat alhier,
fa. W. de Bokx, Terneuzen ƒ 86225,=; J. de Oude, Biervliet ƒ 86100,=; Aannemersbedrijf de Gooi & Moerland, Rotterdam ƒ 83800,=; fa. Meijer & de Rooij, A’dam ƒ 82500,=; v.d. Helm, Den Haag ƒ 80300,=; J. v. d. Bosch, Zaandam ƒ 79680,=; J.P. v. Acker, Amstelveen ƒ 77400,=; Th. Cambier & Vermeulen Breskens ƒ 75680,=.
Toen Woensdagmorgen de kinderen uit een der hoogste klassen van de O.L. School in de pierenbak van het Zwembad, waarin pl. m. 40 cm. water stond, aan het baden waren, werd het 14-jarige Zoontje van v.d. S. plotseling onwel. Toen de direct toegeschoten onderwijzer het ventje vastgreep, bleek het reeds te zijn overleden.
Maandagavond werd de verjaardag van Z.K.H. Prins Bernhard gevierd met een uitvoering der beide Chr. Zangverenigingen en een Concert door de muziekvereniging. Na afloop had een muzikale rondwandeling plaats.
Toen de heer J. Notebaart, wonende te Nieuwe Sluis, gemeente Breskens, met paard en wagen van de oprit aan de Nieuwe Sluis wilde rijden, sprong hij van de diesel waarbij hij kwam te vallen met het gevolg, dat de wagen over zijn rechterarm reed die zwaar gekneusd werd. Ook liep hij daarbij ontvellingen aan het hoofd op. Dr. Eggink uit Schoondijke achtte opname in het Ziekenhuis te Oostburg noodzakelijk.

Gezondheid van lichaam is beter dan goud en opgewektheid van geest is beter dan parelen.
Zwemmen is gezond en verfrist Uw Geest.
Scheldestroom

Notaris Van den Hoek te Groede zal Maandag 7 Augustus 1947, des nam. 13.30 uur, ten verzoeke van de heer Abr. J. de Paauw, wegens diens vertrek naar Noord-Amerika in het perceel Noodplan J13 te Breskens in het openbaar verkopen à contant een huishoudelijke boedel bestaande uit: hangkast, linnenkast, tafels, stoelen, ledikanten, 1 bed, spiraal, armstoel, naaimachinetafeltje, kachels, lampekappen, electrisch-strijkijzer, 2 gascomforen, dubbele Amerikaanse petroleum-vergasser, partij weckflessen, potten inmaakpotten, pannen, emmers, keukentrap, damesrijwiel met 4 zo goed als nieuwe banden, herenrijwiel (beide voorzien van lantaarn), 1 bekerkast wekkers, klokstel, glas- en aardewerk, waskuip, wasstomers, wasbekken, grote ijzeren pot, alsmede arbeidersgereedschappen, o.a.: spa, schop, mestriek, aardappelriek, houwelen, harken, zeis, kistjes, gereedschap, schoenleer, een partij hout, stenen afmaak en droogpalen, grote houten kolenkist en hetgeen verder zal worden aangeboden.

Bezichtiging op 7 Augustus 1947 vanaf 12 uur.

Busdiensten voor strandbezoekers
Westelijk Zeeuws-Vlaanderen herstelt zich langzaam van de grote verwoestingen, daar vooral tijdens de bevrijding aangericht. Ook de stranden komen weder vrij voor de badgasten. Dat is een verheugend teken, aangezien Cadzand zowel als Groede zulke mooie stranden hebben. Wanneer het weer gaat medewerken, dan kan van zon en zee genoten worden.
In overleg met de burgemeester van Cadzand zijn vanaf 1 Juli busdiensten ingelegd, welke de strandbezoekers gelegenheid geven op een gemakkelijke, manier Cadzand-strand te bereiken. Ook met het V.V.V. te Groede is een regeling getroffen om het strand van Groede bij mooi weer per bus te bezoeken. Tevens krijgen inwoners van Sluis en Retranchement des Zondags gelegenheid van het strand te Cadzand te genieten.
Verder bestaat voor de standbezoekers de gelegenheid vanaf 1 Juli op een gemakkelijke wijze naar Knocke te reizen. Vanaf die datum rijdt weer een regelmatige autobusdienst Breskens-Schoondijke-Oostb.-Sluis naar Knocke.
Ook de Belgische gasten kunnen van deze dienst gebruik maken, voor een bezoek aan Westelijk Zeeuws-Vlaanderen.

Breskens – Zaterdag had alhier ter gelegenheid van de kermis onder zeer grote belangstelling een wielerwedstrijd plaats. De route was Boulevard, Nieuwe Sluis, Langeweg, Dorpsstraat. Om ongeveer half drie, loste burgemeester Eekhout het startschot waarop de renners ver trokken om 14 maal het parcours af te leggen. Al zeer spoedig viel het peleton uiteen, waarbij we o.a. op kop zagen De Vries, v. Beek; Bloemers, Smits, v.d. Elshout, enz. Dit duurde echter niet lang, want door het slechte wegdek ontstonden veel lekke banden, waardoor deze kopgroep ook weer spoedig uiteen viel. Tenslotte kwam vast op kop de Vries en van Beek, die tot het einde wisten vol te houden.
De uitslag is al volgt: 1. P de Vries, Vlaardingen, tijd 2 uur en 4 minuten 12 seconden, 2. G. van Beek, Oostzaan op twee lengtes, 3. H. van Elshout, Made, 4. M. Aarts, Tilburg, 6. A Bloemers, Oss; 7. K. Vet, Amsterdam; 8. W. Smits, Terheijden; 9. H. Smits Amsterdam; 10. C. Koot, Eindhoven.

Aan het Bouwsyndicaat te Den Haag is de bouw opgedragen van 31 woonhuizen en 6 bedrijfsruimten aan het voormalige Steenoventerrein alhier.

Breskens – Bij de op 8 Juli j.l. te Groede gehouden aanbesteding voor de onderhoudswerken aan de Waterkering van het Calamiteuze Waterschap Oud en Jong Breskens, werd als volgt ingeschreven:

L. de Dekker, Vlissingen ƒ 103.600,=; P. J. v.d. Sande, Breskens ƒ 94.555,=; Th. Cambier & Th. Cambier Az., Breskens ƒ 89.817,=.

Op 11 Juli j.l. werd alhier opgericht de wandelvereniging “Door oefening Sterk”. Het bestuur is als volgt samengesteld: Voorzitter/Secretaris: de heer A. Wagenaar; Penningmeesteresse: mej. H. Maas. Als wandelleider werd gekozen de heer P.J. Priester. Het aantal leden bedraagt thans 14.

Maandag zijn alhier aangekomen en ondergebracht in het Rijkskamp “Vogelenzang” een aantal leerlingen der middelbare scholen van boven de rivieren, die de landbouwers in West en Oost Zeeuws-Vlaanderen enige tijd behulpzaam zullen zijn bij de verschillende oogstwerkzaamheden.

Naar wij vernemen zal door de Pluimvee- en Konijnenvereniging “Animo” alhier op 29 en 30 November a.s. een Provinciale tentoonstelling worden gehouden, waarbij ondergebracht wordt de clubshow van de Nederlandse Wyandotte club, afd. Zeeland. Het belooft een grootse tentoonstelling te worden.

Bij de competitie-zwemwedstrijden te Sas van Gent, behaalde mej. G. Luchtmeijer, lid van “Scheldestroom” de 1e prijs op de 100 m. schoolslag.

Dinsdag had de timmermansknecht S. het ongeluk met zijn hand in aanraking te komen met de freesmachine. Overbrenging naar het ziekenhuis te Oostburg werd noodzakelijk geacht, vanwaar hij na geneeskundige behandeling weer huiswaarts kon keren.

Sportwedstrijden Oostburg
Zaterdag 19 Juli werd te Oostburg een Landdag gehouden van de Kring Volksonderwijs Land van Cadzand. Behalve de scholen van Cadzand en Nieuwvliet waren, alle Openbare Scholen van West Zeeuws-Vlaanderen vertegenwoordigd bij de Sportwedstrijden. Voor de middag werd de eerste ronde van het voetbaltournooi verspeeld.
Het elftal van de O.L.S. 1 te Breskens wist zich door een 5-1 overwinning op Groede en een 3-0 overwinning op Schoondijke in de eindstrijd te plaatsen. Ook de U.L.O. school uit Oostburg bereikte de finale. De eindstrijd werd door de O.L.S. 1 te Breskens gewonnen met 5-1, waardoor dit elftal in het bezit kwam van een mooie medaille.
Bij de athletiekwedstrijden voor meisjes werd de Breskense estafetteploeg, bestaande uit de meisjes Annie v.d. Walle, Hannie Haartsen, Nellie Haartsen en Mien de Visser zich geducht. Ook zij kwamen in de eindstrijd, maar eindigden met gering verschil op de meisjes van de U.L.O. school als tweede. Het nummer verspringen voor meisjes van 12 jaar werd door Nellie Haartsen gewonnen. Mien de Visser behaalde de 2e prijs 75 meter hardlopen voor meisjes van 14 jaar en Hannie Haartsen de 2e prijs 75 meter hardlopen voor meisjes van 12 jaar.

Oprichting reisvereniging
Gisteravond had alhier in café “Centraal” een vergadering plaats om te komen tot oprichting ener reisvereniging. Spontaan werd hiertoe overgegaan. De nieuwe vereniging zal de naam dragen van “Uut en Tuus” en telt 40 leden. Als bestuursleden werden gekozen de heren: J. Bruijnooge, voorzitter; I. de Huister, secretaris; M. van Meenen, penningmeester; P. Buize en A. van Haneghem Hzn.

Breskens – De heer I. Vasseur, vroeger bij de P.T.T. alhier, thans te Eindhoven, is bevorderd tot commies-P.T.T. met terugwerkende kracht van Sept. 1946.
Aangezien het hier een bevordering bijvoorkeur betreft, mag dit zeker de heer Vasseur als een eer aangerekend worden.
Bij de j.l. Zaterdag gehouden Zwemwedstrijden te Terneuzen wisten de navolgende zwemmers(sters) van “Scheldestroom” prijs te behalen:

25 m. borstcrawl meisjes 13 en 14 jaar 2e pr. L. de Meester; 50 m. rugslag meisjes 15 t/m 17 jaar 1e pr. G. Luchtmeijer; 100 m. rugslag dames 2e pr. H. Maas.

Ingezonden

Buiten verantwoordelijkheid der Redactie
Dezer dagen had ik een paar kleine boodschappen te doen, postzegels kopen en distributiebescheiden afhalen. Klokslag 9 uur stond ik voor ‘t postkantoor, ‘n Rood emaile plaat verkondigd met witte letters dat ‘t kantoor o.a. geopend is van 9-12 uur. ‘k Stap ‘t kantoor binnen en na ‘n wederzijds “goeden morgen”, vraag ik mijn verlangde zegels en kreeg ze ook direct, bijgevolg dat ik ‘n halve minuut over negen weer op straat stond. Zo helpen de postambtenaren ons al jaren vlug, vriendelijk en correct.
Om half tien stap ik naar het distributiekantoor. Hier wordt – door een gedrukte kaart voor de ramen bekend gemaakt dat op dien en dien dag het kantoor van 9.30 geopend is. Nu blijkt mij dat de deur inderdaad geopend is, doch in het lokaal vind ik geen ambtenaar doch wel een roodgloeiende kachel van flinke afmetingen. Tussen 9.35 en 9.50 vallen achtereenvolgens drie heren en een dame binnen, later nog gevolgd door een heer, die zei dat het buiten zeer koud was, iets wat wij ook al wisten. De dame en de heren stelden zich zonder commando’s af te wachten in een kring rond de kachel, en één begon een tamelijk langdradige recensie over een film die hij gezien had. Het was al enige tijd 10 uur toen er één begon de lange tafel wat dichter bij de kachel te werken. Toen er blijkbaar voldoende publiek was, begon de voorstelling.
Op de tafel verschenen enige pakken waaruit een groot aantal pakjes bonkaarten netjes uitgestald werden.
Drie of vier keer werden de kaarten nageteld. Ja secuur zijn ze op de D.B. kantoren. Zo komt het dat er op die kantoren geen enkele kaart in verkeerde handen komt.
Eindelijk nadat een der heren, nog eens een verse sigaret had opgestoken en de dame in een soort spiegeltje gekeken had, werd de zaak voor het publiek opengesteld en viel mij de eer te beurt als eerste voor de tafel te mogen verschijnen om het mij toe komende in ontvangst te nemen.
Toen ik buiten kwam was het vijf minuten over half elf.
Het is best mogelijk dat op mijn goeden morgen een der ambtenaren iets terug zei, doch dat kan ik mij niet herinneren. Toch heb ik dien dag lang en breed nagedacht over het grote verschil tussen post- en distributie-ambtenaar. Maar wat op de post mogelijk is, kan toch ook elders?
De oorzaak? ‘k Denk dan aan het gezegde van een fabriekselectricien die als wij eens met het licht sukkelden altijd opmerkte: … als het niet aan de lamp ligt zal het wel aan de leiding mankeren.

Aert v.d. Ploeg

Ingezonden
Buiten verantwoordelijkheid der Redactie

Loket D.K. Oostburg
Deze woorden staan deze week bij alle werkgevers en werknemers in hun hersens gegrift. Wat is het geval? Vorige week en deze week kregen alle werkgevers en werknemers een kaartje van de Distributiedienst om op 4 Juni om hun toeslag bijzondere arbeid te komen. De meesten ging het net als mij, ze dachten laat ik niet vergeten de stamkaarten tegen 4 Juni bij elkaar te krijgen en in mijn woonplaats om de toeslag te gaan. Maar dan kwam de ontgoocheling en tevens de woede over zoveel bureaucratie. Want wij allen hadden niet gezien dat op het kaartje stond (en zij die het gezien hadden dachten aan een vergissing): Afhalen loket D.K. Oostburg!
De woorden, die dan gezegd zijn, horen niet geschreven te worden, maar te begrijpen was het dat men ze zei. Is het geen schande dat in deze tijd van veel werk, van Wederopbouw, waar ieder op een huis enz. zit te wachten, de mensen een paar uur moeten verzuimen om de hun toekomende extra bonnen in Oostburg te gaan halen? Gaan we nu trachten vooruit te gaan of moet het steeds erger worden? Laat alle werkgevers, werknemers en bonden hier een krachtig protest laten horen tegen een dergelijke verspilling van tijd, nu elke minuut kostbaar is.

Een werkgever

WV

Hannie bedankt!

Dit was de laatste aflevering met berichten uit het verleden. Met veel dank aan Hannie de Hulster voor het beschikbaar stellen van al die vele oude Schakeltjes!

Geplaatst in De Schakel | Reacties staat uit voor De Schakel – 456

Oude beelden: Visserijfeesten 1953, 455

visfeest 53

Tijdens de eerste Visserijfeesten (toen nog ‘Visserijdag’) op zaterdag 15 en zondag 16 augustus 1953, verwelkomde Bresjes rare snuiters. Grieken en Romeinen, goden en godinnen, zeemeerminnen en zeemannen bevolkten onze kaoje. Wat was er aan de hand? Speciaal voor dit feest had mevrouw E. van den Broecke-de Man een openluchtspel “Proficiat Bressiana”geschreven. Dit spel werd vertolkt door ruim 250 Bressiaanders. Gedurende ruim twee uur zagen de toeschouwers de geschiedenis van Breskens voorbijkomen. De spelers waren niet alleen super enthousiast, maar hadden ook met de nodige fantasie en op een uiterst creatieve manier, hun kostuums samengesteld. Er waren Griekse godinnen die werden begroet door een soort Romeinse veldheer in een strijdwagen getrokken door een echt Zeeuwse knol, middeleeuwse herauten werden begeleid door voetvolk met een soort frietbeuze op hun hoofd en schijnbaar liep een meeresgod met de staf van Sint Nicolaas. Dit alles mocht de pret niet drukken. Het werd een groot succes. Wordt vervolgd.

visfeest 53-2

WV

Geplaatst in Oude Foto's | Reacties staat uit voor Oude beelden: Visserijfeesten 1953, 455

De Schakel, 455

schakel70

Ingezonden
Buiten verantwoordelijkheid der Redactie
Dezer dagen had ik een paar kleine boodschappen te doen, postzegels kopen en distributiebescheiden afhalen. Klokslag 9 uur stond ik voor ‘t postkantoor, ‘n Rood emaile plaat verkondigd met witte letters dat ‘t kantoor o.a. geopend is van 9-12 uur. ‘k Stap ‘t kantoor binnen en na ‘n wederzijds “goeden morgen”, vraag ik mijn verlangde zegels en kreeg ze ook direct, bijgevolg dat ik ‘n halve minuut over negen weer op straat stond. Zo helpen de postambtenaren ons al jaren vlug, vriendelijk en correct.
Om half tien stap ik naar het distributiekantoor. Hier wordt – door een gedrukte kaart voor de ramen bekend gemaakt dat op dien en dien dag het kantoor van 9.30 geopend is. Nu blijkt mij dat de deur inderdaad geopend is, doch in het lokaal vind ik geen ambtenaar doch wel een roodgloeiende kachel van flinke afmetingen. Tussen 9.35 en 9.50 vallen achtereenvolgens drie heren en een dame binnen, later nog gevolgd door een heer, die zei dat het buiten zeer koud was, iets wat wij ook al wisten. De dame en de heren stelden zich zonder commando’s af te wachten in een kring rond de kachel, en één begon een tamelijk langdradige recensie over een film die hij gezien had. Het was al enige tijd 10 uur toen er één begon de lange tafel wat dichter bij de kachel te werken. Toen er blijkbaar voldoende publiek was, begon de voorstelling.
Op de tafel verschenen enige pakken waaruit een groot aantal pakjes bonkaarten netjes uitgestald werden.
Drie of vier keer werden de kaarten nageteld. Ja secuur zijn ze op de D.B. kantoren. Zo komt het dat er op die kantoren geen enkele kaart in verkeerde handen komt.
Eindelijk nadat een der heren, nog eens een verse sigaret had opgestoken en de dame in een soort spiegeltje gekeken had, werd de zaak voor het publiek opengesteld en viel mij de eer te beurt als eerste voor de tafel te mogen verschijnen om het mij toe komende in ontvangst te nemen.
Toen ik buiten kwam was het vijf minuten over half elf.
Het is best mogelijk dat op mijn goeden morgen een der ambtenaren iets terug zei, doch dat kan ik mij niet herinneren. Toch heb ik dien dag lang en breed nagedacht over het grote verschil tussen post- en distributie-ambtenaar. Maar wat op de post mogelijk is, kan toch ook elders?
De oorzaak? ‘k Denk dan aan het gezegde van een fabriekselectricien die als wij eens met het licht sukkelden altijd opmerkte: … als het niet aan de lamp ligt zal het wel aan de leiding mankeren.

Aert v.d. Ploeg

Ingezonden
Buiten verantwoordelijkheid der Redactie
Loket D.K. Oostburg
Deze woorden staan deze week bij alle werkgevers en werknemers in hun hersens gegrift. Wat is het geval? Vorige week en deze week kregen alle werkgevers en werknemers een kaartje van de Distributiedienst om op 4 Juni om hun toeslag bijzondere arbeid te komen. De meesten ging het net als mij, ze dachten laat ik niet vergeten de stamkaarten tegen 4 Juni bij elkaar te krijgen en in mijn woonplaats om de toeslag te gaan. Maar dan kwam de ontgoocheling en tevens de woede over zoveel bureaucratie. Want wij allen hadden niet gezien dat op het kaartje stond (en zij die het gezien hadden dachten aan een vergissing): Afhalen loket D.K. Oostburg!
De woorden, die dan gezegd zijn, horen niet geschreven te worden, maar te begrijpen was het dat men ze zei. Is het geen schande dat in deze tijd van veel werk, van Wederopbouw, waar ieder op een huis enz. zit te wachten, de mensen een paar uur moeten verzuimen om de hun toekomende extra bonnen in Oostburg te gaan halen? Gaan we nu trachten vooruit te gaan of moet het steeds erger worden? Laat alle werkgevers, werknemers en bonden hier een krachtig protest laten horen tegen een dergelijke verspilling van tijd, nu elke minuut kostbaar is.

Een werkgever

Haagsche Hopjes
Nogmaals het nijpende dienstbodevraagstuk
In de Zwolse courant kwam onlangs de volgende advertentie voor: “Nette dienstbode gevraagd, liefst uit boerenstand. Desgewenst tegen ruiling van hooi. Nieuwe ruilhandel, werkkrachten tegen hooi.”
Tegen een tabaksbon of snoepkaart zou ik me nog kunnen indenken, maar hooi. Welk mens eet er nu hooi, ik geloof zelfs een vegetariër niet. Blijkbaar stelt deze werkgever, die zo te hooi en te gras een dienstbode oproept, geen voldoende vertrouwen meer in onze munt en betaalt hij daarom in goederen of is hij zodanig door de vermogensaanwasbelasting getroffen of door de heffing ineens, dat hij in eens alles aan den fiscus heeft moeten offeren. Gelukkig heeft hij dan nog zijn hooi overgehouden; daarmee konden ze bij Financiën, waar ze allemaal auto’s hebben en geen rijpaard, toch niets beginnen.

Deviezen
Een paar weken geleden hadden we het in “De Schakel” over de Nota van Minister Lieftinck omtrent de toestand van ‘s Lands financiën en we zouden daarop nog nader terugkomen. We zullen de lezer een dorre opsomming van de daarin gegeven cijfers besparen en ons beperken tot de hoofdzaak, n.l. de deviezen. Het woord “deviezen” werd vroeger slechts zelden gebruikt en wel alleen door vaklieden, doch tegenwoordig wordt het door een ieder in de mond genomen en blijkbaar ook door iedereen begrepen. Men verstaat daaronder buitenlandse betaalmiddelen, voor ons dus voornamelijk dollars, ponden en francs. Om zijn verblijf in het buitenland te betalen of daar inkopen te doen, moet een Nederlander over deviezen beschikken. Vroeger kon hij zijn guldens hier te lande onbeperkt omzetten in vreemde valuta, doch de laatste jaren wordt dit niet meer toegelaten omdat de positie waarin de oorlog ons land heeft gebracht tengevolge heeft, dat wij veel meer schuld aan het buitenland hebben dan het buitenland aan ons land heeft te betalen en die schuldenlast mogen we niet nodeloos vergroten; deswege geen onbeperkt omzetten meer van guldens in vreemde munt. Vroeger was wat men onze betalingsbalans pleegt te noemen in evenwicht. Weliswaar verkochten wij aan het buitenland jaarlijks voor een halve miljard minder dan wij er voor afnamen, was er dus een nadelig saldo van 1/2 miljard op onze z.g. goederenbalans. Doch de betalingsbalans werd in evenwicht gebracht door betalingen aan ons voor door ons bewezen diensten, zoals het buitenlands scheepvaartvervoer door Nederlandse maatschappijen en voorts en vooral door inkomsten van onze in het buitenland belegde gelden en door verkoop, via Nederland, van Indische producten. Deze posten op de betalingsbalans vulden het tekort op de goederenbalans geheel aan. Beide balansen zijn thans ernstig verstoord, omdat we veel meer uit het buitenland aan consumptie-artikelen, grondstoffen en machines moeten invoeren dan we uit dien hoofde kunnen uitvoeren en voorts, omdat onze scheepvaartmaatschappijen ook dusdanig door de oorlog zijn getroffen, dat ze slechts over ongeveer de helft van hun vroegere vervoerscapaciteit beschikken en tenslotte omdat onze z.g. Indische winsten geheel zijn weggevallen.

Op de betalingsbalans voor 1947 was het nadelig saldo door het Centrale Planbureau geraamd op 1,4 miljard en door de plaats gehad hebbende prijsstijgingen in het buitenland wordt dat nadelig saldo volgens de Nota Lieftinck thans op niet minder dan 2,2 miljard geraamd. De eerste vraag die thans moet worden opgelost is dus, hoe dat tekort op onze betalingsbalans voor 1947 kan worden weggewerkt en de daarop volgende kwestie geldt het treffen van maatregelen, om op den duur tot een evenwichtige balans te komen. Voor dit jaar zal dat volgens de Minister kunnen geschieden door het opnemen van nieuwe kredieten in het buitenland en door de al of niet vrijwillige verkoop van buitenlandse effecten, waardoor de Minister het uiteindelijk nadelig saldo voor 1947 van 2,2 miljard hoopt terug te brengen tot ongeveer 600 millioen gulden. Verder zal verbetering in de positie kunnen worden verkregen, door de importen te verminderen en de exporten te verhogen. Hier dreigt ook weer de vicieuze cirkel, want verlaging van de import van grondstoffen en machines zal ten gevolge hebben, dat de export van afgewerkte fabricaten vermindert. Ten aanzien van de in het buitenland op te nemen kredieten moet men nog bedenken, dat daarmede wel de gaten in de betalingsbalans van het lopende jaar worden gestopt, doch dat die in de vorm van rente en aflossingen toch weer op de betalingsbalansen van de komende jaren zullen drukken. Het aspect is somber en Minister Lieftinck staat hier voor bijna onoverkomelijke moeilijkheden; de belastingschroef verder aandraaien is gevaarlijk, omdat de grens van draagkracht reeds thans bijna overschreden is en ook omdat een verzwaring van de belastingdruk de financiële positie van ons bedrijfsleven zodanig verzwakt, dat het vertrouwen van het buitenland, dat onmisbaar is om ons krediet te verlenen, beneden het nulpunt zou dalen.

Aan het slot van zijn nota inzake de deviezenpositie zegt minister Lieftinck: “In het licht van de zorgelijke deviezenpositie van Nederland in de komende jaren gezien, is het noodzakelijk gebleken, een regeling te ontwerpen, welke ten doel heeft nog scherper dan tot dusverre toe te zien op een zo nuttig mogelijk gebruik van de beschikbare deviezen. Hieraan zullen maatregelen worden verbonden,die er op gericht zijn de deviezeninkomsten zoveel mogelijk op te voeren. Met dit doel worden onder depersoonlijke leiding van de ondergetekende de prioriteiten opnieuw onder het oog gezien en wordt onderzocht op welke wijze het invoerprogramma 1947 verder kan worden besnoeid, opdat hij aan zijn ambtgenoten dienovereenkomstige voorstellen zal kunnen doen. Daarbij worden de deviezenbegrotingen van de departementen eveneens herzien, met inbegrip van die van marine en oorlog. Hierbij zal vooral de nadruk dienen te worden gelegd op aankopen, welke ertoe leiden, dat onze exportcapaciteit wordt opgevoerd. De definitieve sanering van de Nederlandse betalingsbalans valt of staat met ,de opvoering van de export van goederen en diensten in het algemeen. Alle krachten zullen derhalve moeten worden ingespannen teneinde de export zoveel mogelijk te bevorderen. Meer dan ooit zijn de deviezen te beschouwen als de brandstof waarop de Nederlandse machine loopt. Het herstel van ons land is evenwel een zaak waaraan het gehele volk zal moeten medewerken en waarvoor van een ieder een offer mag worden gevraagd”, aldus de minister. Hij verwijst in dit verband naar zijn uitspraak in de jongste nota betreffende de toestand van ‘s Rijks financiën, waarin de drie onmisbare voorwaarden tot de werkelijke verbetering van de toestand worden genoemd: de opvoering van de arbeidsproductiviteit, de vergroting van de export en de toeneming van de spaarzaamheid.

Over het eerste punt, de opvoering van de arbeidsproductiviteit, behoeft niet veel gezegd te worden. Het spreekt vanzelf dat men om uit moeilijkheden te komen, harder moet werken dan wanneer alles in het leven van een leien dakje gaat. We schreven daarover destijds in “De Schakel” onder het hoofd “Pompen of verdrinken” al het een en ander en volstaan met de daar in vervatte conclusie dat, wanneer het Nederlandse volk er met zijn achturige werkdag niet komen kan en de redding van ons land zulks zou eisen, we van die voor normale tijden ingestelde kortere arbeidsduur, maar voor een paar jaar afstand moeten doen.

Het tweede punt, de vergroting van de export, spreekt voor zichzelf. Voor Zeeuws-Vlaanderen kunnen we daarbij aantekenen, dat dit zijn bijdrage aan die export gaarne zo hoog mogelijk opgevoerd wenst te zien; wanneer nog meer kunstmest ter beschikking kan worden gesteld, zal hier de productie nog worden opgevoerd. Over 1946 heeft de land- en tuinbouw, de veeteelt, de bloembollencultuur (allemaal onderdelen van de agrarische sector) zomede de visserij, ons land aan meer dan 500 miljoen gulden aan deviezen opgeleverd, de helft van de totale export over dat jaar. Het platteland mag daar trots op zijn, al heeft men daar dan ook langer dan acht uur per dag voor moeten werken.

Het derde punt, toeneming van de spaarzaamheid, behoeft ook geen uitvoerige toelichting. Wanneer we onze inkopen, vooral van buitenlandse artikelen, beperken tot het hoogst nodige zodanig dat we toch nog een comfortabel bestaan hebben – en we stellen niet strikt noodzakelijke aanschaffingen uit tot later, dan snijdt het mes van twee kanten. In de eerste plaats behoeft ons land dan minder in te voeren en dus minder deviezen uit te geven, terwijl het aan de andere kant de voor export in aanmerking komende goederencapaciteit verhoogt, zodat we meer naar het buitenland kunnen verkopen en dus weer meer deviezen ontvangen. Door deze beide factoren vermindert het nadelig saldo op onze betalingsbalans op de meest doeltreffende wijze. Bovendien heeft de spaarder de zekerheid, dat hij te zijner tijd voor zijn gespaard geld meer en betere en goedkopere artikelen zal kunnen aanschaffen, dan thans het geval is. Tot slot ontstaat dan nog de mogelijkheid – vele kleintjes maken een grote – dat er binnenlands kapitaal wordt gevormd voor belegging in Nederlandse industrieën voor oprichting of uitbreiding daarvan, waarmede dan ons productieapparaat voor de export weer aanzienlijk kan worden uitgebreid, met alweer een hogere ontvangst van deviezen, totdat onze betalingsbalans sluitend zal zijn of zelfs weer een overschot kan opleveren.

Voetbaldiagnose
Door systematische oefeningen de spieren ontwikkelen, lenig te maken en onder controle brengen, noemt men “sport”. “Sportief” is een eerlijk en objectief zich bewegen op het gebied der sport. Als deze definities (van een der eminentste sportdeskundigen) juist zijn, moeten wij wel tot de ontstellende conclusie komen, dat wij Zeeuws-Vlamingen niet in, maar naast de voetbalsport leven. Waar wordt systematisch geoefend? Berust ons voetbalspel alleen maar op “wedstrijdspelen”, dan is het “spel” maar geen manifestatie van “sport”! Het uitleven van restant energie is geen ‘sport’. En hoe staat het met onze sportiviteit? Een Zeeuws-Vlaming is ongetwijfeld eerlijk, objectief zeker niet, de meningen over een spelsituatie zijn vaak zo verschillend als er paren ogen op gevestigd zijn. Dat er steeds nog enkelen zijn die hierover een soort “gecultiveerde amok” maken is reeds meer behandeld.
Samenvattend zijn er dus weinig sportmensen en een minimum sportiviteit. Willen wij ondanks alles toch nog genieten en deelnemen aan werkelijke “sport”, dan moet er veel veranderen.
Ten eerste moeten, vooral jeugdige, voetballers systematisch gaan oefenen iedere dag een uur, een geschikte oefenplaats zowel als passende oefeningen zijn met goede wil te vinden. De toeschouwer dient zich, om werkelijk te genieten van hetgeen aangeboden wordt, te ontdoen van persoonlijke sympathie en/of antipathie en zich te wagen aan de regels waaraan in de desbetreffende sport moet worden voldaan.
Dan en dan alleen, gaat onze sport vooruit.

Voetbaldiagnose
De competitie is afgelopen voor Breskens. Langzaam ging de kaars uit, de laatste opflikkeringen die een uitgaande kaars met zich meebrengt, ontbraken echter nog. Ons spel bleef tot het laatste ogenblik een weinig sloom, maar bovenal star. Berekend, met een schijnbaar zekere overwinning in zicht, wat maar al te vaak een illusie bleek. Vooral de laatste zes wedstrijden kenmerkten die schijnovertuiging. Het bedeesde dogmatische optreden van ons elftal werkt stimulerend op de tegenstanders. Vooral Internos reageerde heftig. Onbekwaam was zeker de scheidsrechter, ofschoon het moeilijk was, onder de velen die de reis naar Etten meemaakten, enkelen te vinden, die het voor gevallene juist konden weergeven. Ongetwijfeld hebben veel Ettenaren nog heel wat te leren. Maar door dergelijke gebeurtenissen de nederlaag trachten goed te praten wijst er op, dat ook Breskens nog wat te leren heeft, al is het dan in andere zin.
Een felle aanklacht tegen de ongure elementen in v.n. wedstrijd, o.m. ook de scheidsrechter, is nodig. Voor Breskens moet het doordringen dat er wegen zijn om dergelijke conflicten, zonder kleerscheuren en met een overwinning, te doorstaan.

Haagse Hopjes
Uit de prutsen
In het “Haags Dagblad” van 2 Mei lazen we, dat in 1939 de Nederlandse rundveestapel uit 1.549.000 melk- en kalfkoeien bestond, maar in 1947 zullen 1.289.000 stieren aan de productie van melk deelnemen.
Nu zijn we uit de prutsen en als we nu al die melk zelf niet kunnen opdrinken, gaan we ze uitvoeren en dan krijgen we voor die stierenmelk een hoop deviezen. Die melk schijnt erg vet te zijn en de Engelsen die zo graag “John Buil” – Jan Stier – genoemd worden, zijn er gek op. En de moffen, die vroeger meestal zo’n stierennek hadden, zitten ook al te likkebaarden; ze willen ons met dollars betalen. Wanneer we nu onze hanen nog zo ver kunnen krijgen, dat ze iedere keer als ze kraaien een ei leggen, dan gaan de eieren ook weldra van de bon.
Over stieren gesproken, zo lazen we onlangs een wetenschappelijke beschouwing over de kunstmatige bevruchting van koeien, die in het buitenland al met veel succes wordt toegepast. Hoe dat gaat kunnen we in dit kort bestek niet aangeven; wel dat het een kwestie is van een injectie. Als dat doorgaat in ‘t groot komt de klad in het beroep van stier en in elk geval gaat de aardigheid er af. Dan komt de stier – of wat we daar voor nodig hebben – in de vorm van een tube met inhoud per post op de boerderij, waarmede we dus aan de postbode een gedeelte van de functie van de stier overdragen. Ja, waar de moderne wetenschap de mens al niet toe brengen kan. Als je het zo nagaat is een stier toch wel een veelzijdig dier. In Den Haag geeft hij – tenminste volgens het Haagse Dagblad – behoorlijk melk en in Limburg, geachte lezer, levert een stier ooft, n.l. heerlijke winterperen. Dit is een feit en schrijver dezes heeft die winterperen dikwijls in Maastricht gegeten; een ware delicatesse. We willen de belangstellende lezer wel eens in het oor fluisteren, wat voor soort ooft dat eigenlijk is. Maar om op die stierenmelk terug te komen, wat zullen we stierlijk het land in krijgen, als we er te veel van drinken.

Geen lapmiddelen
Een dokter van de moderne richting, althans van deze eeuw, bestrijdt niet meer zoals in vroeger tijden de gevolgen van een kwaal, doch tracht vooral de oorzaak van een ziekte op te heffen. Hij snijdt de kwaal uit en maakt daarmede het organisme van de patiënt weer zoveel mogelijk normaal. Deze moderne opvattingen zouden wij ook zo graag toegepast zien door onze Regeringspersonen, ook zij behandelen thans allemaal een zieke patiënt, de Staat der Nederlanden, maar naar onze mening doen ze dat op een geheel verkeerde manier. Ook zij dokteren, zij bestrijden de gevolgen van de kwaal, doch trachten veel te weinig de oorzaken van de kwaal op te heffen. Zij snijden het kwaad niet uit, doch geven een zalfje en een poeiertje en leggen een verbandje op de zieke plaats. In deze grote tijden helpen geen lapmiddelen en zeker niet in ernstige gevallen. We moeten nu doordringen tot het hart der dingen, tot de kern van het probleem. Zo hebben we, om een voorbeeld te noemen, het probleem der ambtenarij, waarover in de laatste maanden in de Pers al zoveel te doen is geweest en waaraan men ook in de Kamers der Staten-Generaal onlangs zoveel aandacht heeft besteed. Een ieder die met een Overheidsinstantie te maken heeft tegenwoordig, klaagt er over en daarom zijn de ambtenaren in ons land thans dan ook verre van populair. Enkele van die critici gaan in hun overdrijving zo ver, dat ze de ambtenaren zien als nutteloze, als schadelijke elementen in de maatschappij, wezens die er alleen maar zijn om onze dure belastingpenningen op te maken en ons het leven zo onaangenaam mogelijk te maken, kortom ongedierte, dat maar zo gauw mogelijk moet worden opgeruimd. Soortgelijke uitlatingen zijn vooral schering en inslag, wanneer hier of daar weer eens een geval van corruptie wordt gesignaleerd. Helaas zijn deze gevallen tegenwoordig aan de orde van de dag en toch mag dit ons geen aanleiding geven, om alle ambtenaren van corruptie te betichten. Overal is kaf onder het koren en deze algemene regel geldt evenzeer voor het ambtenarencorps. Het is een bekend feit, dat de Nederlandse ambtenaar vóór de oorlog in het buitenland bekend stond als uiterst bekwaam, eerlijk en correct. Dat zich thans meer gevallen van corruptie voordoen dan vroeger het geval was, ligt voor de hand. In de eerste plaats is het aantal ambtenaren na de oorlog enorm uitgebreid; bij de honderd en één diensten, bijzondere en tijdelijke diensten en bedrijven, zijn tienduizenden ambtenaren tewerk gesteld, dikwijls mensen zonder voldoende opleiding en bij gebrek aan betere, werd ook in vele gevallen maar lukraak personeel aangenomen en veel te weinig selectie toegepast. Kortom, Jan Rap en zijn maat kwam in Overheidsdienst en daarom valt het niet te verwonderen, dat er thans meer kaf onder het koren zit dan vroeger het geval was.

Een tweede factor is de funeste invloed, die de oorlog op de mens in het algemeen heeft uitgeoefend, doch deze is algemeen en geldt dus zowel voor de ambtenaar als voor de particulier. En nu zal er toch wel niemand durven beweren, dat de gemiddelde maatstaf van eerlijkheid, ook van de particulier, thans nog even hoog zou liggen als voor de oorlog het geval was. We kunnen deze zaak het eenvoudigst stellen als volgt: de ambtenaar is een mens als ieder ander, derhalve is hij ook als een gewoon mens behept met uitstekende, goede, minder goede of slechte eigenschappen. Daaruit volgt dat, wanneer we vandaag aan de dag al onze ambtenaren in Nederland zouden ontslaan en hen zouden vervangen door andere personen uit onze maatschappij, we wat betreft de mentaliteit van het ambtenarencorps er niet op vooruit zouden gaan en de praktijk zou uitwijzen, dat we binnen korten tijd wederom van corruptie zouden horen. Wij persoonlijk zijn van mening, dat de antipathie, welke momenteel ten opzichte van de ambtenaren bestaat, in feite minder de ambtenaar geldt dan wel de eigenlijk gezegde ambtenarij. Nogmaals, er is geen enkele reden om aan te nemen, dat iedere ambtenaar corrupt of ondeskundig zou zijn of dat hij uit slechte neigingen, uit zucht tot heersen en bedisselen, opzettelijk het publiek zou sarren en benadelen. Zo is het in zijn algemeenheid beslist niet en toch zijn de bovengeschetste grieven van het publiek tegen de ambtenarij als regel wel gegrond. Het publiek wordt dikwijls niet goed gediend en veelal ook te langzaam geholpen. Doch daaraan zijn voor alles schuld de veelheid der diensten en de ingewikkelde werkwijze die gevolgd moet worden; te weinig decentralisatie en vooral te weinig zelfbeslissingsbevoegdheid. Daarin zit de kern van dit probleem en wanneer men van Overheidswege de moed en de wil bezat om daaraan een einde te maken, zou de zaak weer even gesmeerd lopen als vroeger. Wanneer men de verschillende diensten terugbrengt tot het hoogst nodige en de verschillende bezettingen dier diensten en bedrijven reduceert tot een zodanig peil, dat alles nog lopen kan zoals het behoort, dan is ook een selectie van de ambtenaren, die nog over moeten blijven, mogelijk en kan zeker het kaf van het koren worden gescheiden. Voordat onze tegenwoordige machthebbers tot zulke maatregelen zullen overgaan, een maatregel die vele heilige huisjes zou treffen, zullen we nog veel blaadjes van onze scheurkalender kunnen trekken, tenzij de zorgelijke financiële toestand van onze schatkist onze tegenwoordige regeerders daartoe reeds binnenkort zou dwingen.

De duizendtallen afvloeiende werkers van vadertje Staat zouden alsdan in het gewone productieapparaat kunnen worden ingeschakeld en, gezien het bestaande tekort aan arbeidskrachten aldaar, zeer nuttig en productief werk kunnen verrichten. Ook hier dus geen lapmiddelen gebruiken, doch de grote lijn uitzetten en volgen; versobering en vereenvoudiging van de Landsdiensten in alle geledingen, zonder pardon en met terzijdestelling van persoonlijke belangetjes. Hier is een algemeen belang te dienen en daarbij mogen geen heilige huisjes of Onze Lieve Heerbeestjes gespaard worden. Men geeft wel eens te kennen, dat onze tegenwoordige ambtenarij een gevolg is van de geleide economie. Geleide economie betekent, dat de Overheid in meerdere of mindere mate leiding geeft aan ons economisch leven. Het wil ons voorkomen, dat in deze naoorlogse tijden zelfs de meest principiële voorstander van vrijhandel tegen het leiding geven aan ons economisch bestel geen bezwaar mag maken, omdat onze maatschappij zich thans nog in een dusdanig ontredderde toestand bevindt, dat een algehele vrijlating van de economische krachten en machten thans tot een volslagen debacle van onze staats- en volkshuishouding zou voeren. Er zijn natuurlijk voor- en tegenstanders van geleide economie en beide verdiepen zich in uitersten. Tegenstanders van prijsbeheersing bijvoorbeeld halen hun argumenten uit het feit, dat tengevolge van de prijsvaststelling van een bepaald product, de producent of tussenhandel daaraan te weinig verdient of daarop zelfs weleens zou toeleggen, doch dat alleen is geen afdoend argument tegen geleide economie. Evenmin is een afdoend argument voor de geleide economie, de grote winst en de macht van de grote trusts en wereldconcerns, zoals dikwijls door voorstanders wordt aangevoerd. Deze gehele zaak is niet zo eenvoudig, doch zoals gebruikelijk ligt ook hier de waarheid weer in het midden, dus tussen de uitersten van vrijhandel aan de ene zijde en prijsbeheersing aan de andere kant. Zoals meerdere economen tegenwoordig zeggen, we moeten hebben een evenwicht tussen dwang en vrijheid, uiteindelijk derhalve vrijhandel onder, controle van de Overheid. We zeggen “uiteindelijk”, want voorlopig kan er nog geen sprake zijn van het loslaten der prijsbeheersing, om de doodeenvoudige reden, dat de beschikbare hoeveelheid goederen daarvoor nog te gering is. Eerst wanneer dat tekort zal zijn opgeheven, mag de vrijhandel zijn intrede doen en kunnen we het spel van vraag en aanbod gerust zijn gang laten gaan. Op de prijsbeheersing als zodanig hebben we dus niets tegen, doch wel tegen de wijze waarop zij werkt.

Er bestaat thans een “Prijzenboekje 1947”, waarin een ieder kan naslaan, wat hij voor een bepaald artikel moet betalen. Zo’n handleiding kan zeker geen lang leven beschoren zijn, want bij een import van geringe omvang als thans mogelijk is, bij alle fluctuaties op de wereldmarkt in de prijzen van goederen en grondstoffen, moeten de kostprijzen bijna van dag tot dag veranderen, zodat het wel zeker is te achten, dat de fabrikant of winkelier zich aan de vastgestelde prijzen niet lang zal kunnen houden, nog daargelaten de bereidheid van het publiek om een z.g. zwarte prijs te betalen voor die goederen, waaraan het op dat ogenblik juist zulk een grote behoefte heeft. Met dit lapmiddel, met deze papieren prijsbeheersing komen we er dus ook hier niet. Tegen het voorlopig nog vaststellen van prijzen voor de meest noodzakelijke levensbehoeften mag geen bezwaar bestaan, omdat het een levensbelang voor Nederland is, dat het evenwicht tussen lonen en prijzen nog in de hand wordt gehouden. Doch wanneer men dan voor die eerste levensbehoeften de prijzen vaststelt, zal men meer dan thans het geval is, rekening moeten houden met de werkelijkheid en min der bouwen op de fantasie van theorieën toepassende “leiders” der economie. Men zal evenzeer rekening moeten houden met de belangen van de producenten als met die van de consumenten, in tegenstelling met de thans door onze Regering gehuldigde opvattingen ter zake, n.l. dat men all de consument ter wille moet zijn. Geen geleide economie alleen te laste van de producent of de middenstand.

We moeten in Nederland komen tot een verhoging van productie, waardoor het aanbod van goederen kan groeien waarmede we telkens een stap doen naar de uiteindelijke vrijhandel en de vervelende en lastige prijsbeheersing een natuurlijke dood kan sterven. Al het andere is en blijft lapwerk, een verplaatsing van moeilijkheden en een verschuiving naar de toekomst. We lappen en prutsen, stoppen het ene gat met het andere; het is een politiek van “God zegen dé greep’’, de grote lijn is ook hier weer zoek, en zo sukkelen we maar voort, tot dat we vastlopen of tot dat er andere schippers zullen opdagen, die ons schip van staat door de moeilijkheden heen zullen loodsen, nadat zij eerst de grote lijn, een vast bestek zullen hebben uitgezet. Moge het spoedig zijn!

Voetbaldiagnose
Techniek is een verrichting van het lichaam, tactiek begeeft zich op verstandelijk terrein. Beiden zijn onmisbaar in een goed elftal. Ofschoon de overgang tussen tactiek en techniek moeilijk te bepalen is, moeten we beiden als afzonderlijke begrippen classificeren. Een kort peuterig spel, zoals ook Breskens wel eens laat zien, is geen tactiek maar een uitvloeisel van “technisch demonstreren dat men boven de tegenstander staat”. We moeten echter bekennen, dat er aan onze techniek nog wel eens iets te verbeteren is, de praktijk liet ons in ieder geval zien, dat wij door dat tik-tak-spel de kracht van ons elftal benadeelden. Vooral de laatste jaren is door clubleiders oefenmeesters etc. zoveel aan systeemspelen gedaan dat er nu bijna van een stopperspilcomplex wordt gesproken.
Het stopperspilsysteem zoals de Engelsen het met hun specifiek starre volksaard spelen, past niet voor iedere club, zeker niet voor de Zeeuws-Vlaamse. Aan een star systeem volhouden, is evenzeer fout, als een systeemloos spel. In plaats van zich te wagen aan een futloos en doelloos baltrappen, op de nu toch te warme voetbalvelden, moeten voetballers zich voornemen iedere week iets over systemen te leren.

Max

WV

Geplaatst in De Schakel | Reacties staat uit voor De Schakel, 455

Ondernemende Bressiaanders: 455

Mitchel Versprille

Rijschool Mitchel Versprille NXXT

Ze zijn er nog steeds, jonge Bressiaanders die het aandurven een eigen zaak te beginnen. Mitchel Versprille nam de stap al in oktober 2013. Hiervoor gaf hij zijn carrière in een supermarkt in Sluis op. “Ik had het wel gezien”, vertelde hij destijds. Nu word je niet zomaar rijinstructeur, je moet er wel de nodige opleiding, theorie en praktijk voor volgen.

Naast zijn werk ging Mitchel twee dagen per week naar een verkeersacademie in Best om de nodige lessen te volgen. Er werd examen gedaan en ook nog een keer stage ge(lopen)reden bij een ervaren rijschoolhouder in de streek. “Dat moest bij rijschoolhouders die al vijf jaar instructeur zijn en ook nog een keer in het bezit van een instructierijbewijs.”
Mitchel is franchiser van NXXT, een organisatie die hem met raad en daad ter zijde staat. “In het begin zochten ze leerlingen voor me”, aldus Mitchel. “Dat hield in dat ik ook leerlingen in Goes had. Gelukkig is dat nu, na bijna vier jaar, niet meer nodig, want er ging toch veel rijtijd inzitten. Ik had toen een contract voor vijf jaar. Dit is nu verlengd voor nog eens acht jaar. Ik werk nu zelfstandig, mag mijn eigen naam gebruiken en heb toch, indien nodig, nog steeds helpers achter de hand.”
De laatste maanden heeft Mitchel meer dan 85.000 kilometer gereden, een teken dat het goed gaat. “Het is heel prettig werk en ik doe het met veel plezier. Iedere dag is anders. Dat komt vooral door de vele verschillende leerlingen. De ene leert makkelijk, de andere weer iets moeilijker. Sommigen willen echt presteren en doen hun uiterste best en weer anderen doen juist niets. Uiteindelijk halen ze allemaal hun rijbewijs en liefst bij de eerste keer. Geduld heb ik. Ik blijf altijd rustig, al kan ik van binnen wel eens brommen. Je moet je leerlingen op hun gemak stellen. We lessen in de streek en gaan meestal na een paar lessen al naar Terneuzen, want daar moeten ze straks toch hun praktijkexamen afleggen. Velen willen ook een keer op de snelweg rijden. Dan gaan we verder tot Middelburg, Goes en een enkele keer naar Bergen op Zoom. Maar dit alleen op verzoek van de leerling. Dan mogen ze dus 130 kilometer per uur rijden, een goede ervaring.”
Lekker over de snelweg mag pas als de toekomstige chauffeur minimaal dertig lessen gevolgd heeft. “De meesten hebben ruim veertig lessen nodig”, aldus Mitchel. “Ik heb liever dat ze een keer meer lessen en slagen, dan met minder lessen stralen. Extra lessen moeten ze zien als een soort investering. Die zijn altijd nog goedkoper dan een herexamen.”
Veel van de leerlingen van Mitchel volgen nog een opleiding. “Die haal ik bij school op. Zijn het leerlingen van deze kant, dan lever ik ze thuis af, maar dat lukt niet altijd. Anderen lessen als ze tussenuren hebben. Een rijbewijs halen mag nu al met zeventien jaar, dus ze kunnen al met zestieneneenhalf beginnen lessen. Vroeg? Nee, eigenlijk niet. Ze moeten wel serieus zijn en het goed oppakken.”
Willen de leerlingen examen doen, mits ze er klaar voor zijn, dan moeten ze wel geslaagd zijn voor hun theorie-examen. “Dat papiertje blijft anderhalf jaar geldig”, weet Mitchel, “dus dat moet lukken.”
Nu zijn de meeste leerlingen van Mitchel jong, maar het kan ook anders. “Ik ken iemand die achttien jaar geleden opgeweest is, gezakt en gelijk helemaal gestopt. Die wil het nu nog een keer proberen. Dat kan natuurlijk, evenals opfrislessen. Dat doen mensen veel te weinig. Er is zoveel veranderd in het verkeer, dat een of twee lessen om ervaring op te doen met de vernieuwde verkeersregels voor iedere chauffeur wel goed zou zijn. Iemand die al dertig, veertig jaar of langer, in het bezit van een rijbewijs is, heeft ook een eigen manier van rijden. Soms kan daar best iets aan veranderd moeten worden. Sommigen durven het aan, anderen doen het uit een soort gene niet.”
Gelukkig heeft Mitchel thuis iemand die zijn administratie doet. “Mijn echtgenote Stefanie staat helemaal achter mijn werk en neemt mij al sinds het begin het papierwerk uit handen. Een goed gevoel.”

WV

Geplaatst in Ondernemende Bressiaanders | Reacties staat uit voor Ondernemende Bressiaanders: 455

Keukengeheimen (13): 455

IMG_8753

lange vingertaart

Benodigd:
4 pakken lange vingers (à 175 gram per stuk)
1 fles advocaat
1 kuip Gouda’s Glorie tafelmargarine
5 eetlepels basterdsuiker (witte)
Melk
Hagelslag (puur)
Schaal van ongeveer 15 bij 25 centimeter, die bedekken met aluminiumfolie

De margarine mengen met de suiker en ongeveer driekwart van de advocaat (crème).
In een diep bord melk doen en een flinke scheut advocaat erdoor roeren.
De lange vingers even door de melk halen en naast elkaar op het schaaltje leggen.
Vervolgens een laag advocaat-crème erop doen.
Dan weer een laag lange vingers er dwars op leggen.
En weer een laag crème.
Dit opbouwen tot de lange vingers op zijn (totaal vijf lagen).
Met de rest van de crème de hele taart insmeren; ook de zijkanten en bestrooien met hagelslag.

Een dag vóór je feestje maken en in de koelkast zetten.
In de lengte doorsnijden, dan kun je er mooi plakken van snijden.

Laat het smaken.

Lidwien Groosman-van Rattingen

Geplaatst in Keukengeheimen | Reacties staat uit voor Keukengeheimen (13): 455

Beste Sakke, 455

 

Noe Op Bresj’s verre klaor is, ‘èn ’k mens’n ‘oar’n zegh’n da’ Sakke en Arjaon wè’ kji’ meuh’n zegh’n wien an udd’r noe zien. Hie ao ’t t’r de voar’ghe kji’ oek oav’r. Da’ die mens’n da’ udd’r eigh’n afvraogh’n, dao’ staon ‘k van te kiek’n. ‘k Weet nie’ of t’r bie de redaksie a oplossieng’n binn’n zien, mao’ an de leez’rs da’ nog moet’n doen, dan zou ‘k an’k udd’r was hewoan Sakke en Arjaon invull’n, wan’ wudd’r zien toch Sakke en Arjaon? Ann’k deu’ Bresj’s lwoap’n en dao’ roep t’r jin ‘Aohn Arjaon’, dan reaheer ‘k daorop omdan’k m’n naome ‘oar’nde zegh’n. An ze ‘Aohn Coa’ hezeid zouw’n èn, dan zou ‘k nie’ reaheer’n of in ied’r heval and’rs. ’t Zou best kunn’n an’k wè’ zou reaheer’n, mao’ dan om te kiek’n wien a t’r wie hoej’ndag zegt en da’ d’is toch and’rs eeh?

Nji Sakke, ‘k snap eih’nl’k niks van dien oproep van de redaksie wien a Sakke en Arjaon noe zien. Wa’ v’rbeel’n zudd’r eih’nl’k wè’? A je die redaksieleej’n bie ons v’rh’liekt zient in feite nog mao’ ’n paor snotneuz’n die of net komm’n kiek’n of dienke hie daor and’rs oav’r?

Nji, van mien ‘oef al die flauwekul nie’ van al die priesvraogh’n. Moe je ’n kji’ oplett’n: strek stao’ t’r oek nog heschreev’n dan wudd’r bie die verkwoap van da’ foatoaboek ‘andtekenieng’n uut haon djill’n, mao’ da’ moet’n z’ echt nie’ van me dienk’n dan’k zwoaiets haon doen. ‘k Zan daor ’n bitje voa’ zot haon zitt’n en wa’ int’r’ssant mie ’n penne wa’ krull’n haon zett’n zeek’r. De leste kji’ an’k da’ hedaon èn is a jil wa’ jaor’n heleej’n, wan’ da’ was op m’n trouwdag in ’t hemjint’uus, toen an’k m’n contract mie Saore heteek’nd èn en dao’ zit ‘k noe nog alkmao’ an vast.

Mie haon ze dao’ dus die zondag bie de boek’nv’rkwoap nie’ zien. Wa’ d’of hie hao’ doen, moe’ je zell’f mao’ weet’n. A je d’r wè’ nao’toe haot, dan wens ‘k jin ied’r heval vee’ succes.

De nèst’gheid eeh,

Arjaon

Geplaatst in Sakke en Arjoan | Reacties staat uit voor Beste Sakke, 455

Sportief, 455

Surfen

In 1980 was het windsurfen in korte tijd uitgegroeid tot een populaire sport. Surfplanken gingen als zoete broodjes over de plank. Op het water, zeker de binnenwateren, werd er veel gesurft. Ook mijn schoonfamilie, hartstochtelijke watersporters, had een plank aangeschaft. Tijdens hun vakantie op het Veerse Meer werd er uiteraard veel gesurft. In korte tijd waren zij de techniek meester.
Op een mooie zomerse dag ging ik met mijn vriendin en toekomstige schoonmoeder een dagje bij het vakantie vierende gezin op visite. Enthousiast werd ons verteld en geshowd hoe leuk dat surfen toch wel was. Uiteindelijk kwam natuurlijk de vraag of ik het ook eens wilde proberen. Och ja, waarom niet. In het begin zal ik waarschijnlijk veel in het water vallen, maar op den duur moest ik de techniek toch onder de knie krijgen.
Vol goede moed begon ik aan mijn eerste surfervaringen. Vanaf de kant kreeg ik instructies van mijn zwager. De rest had de meeste lol toen ik steeds opnieuw weer van de plank in het water viel. De zon scheen die dag volop en het was uitkijken dat je huid niet verbrandde. In dat jaar gebruikte ik geen zonnebrandolie maar uierzalf. Dat goedje helpt namelijk ontzettend goed tegen de zon. Het enige nadeel is dat uierzalf niet in de huid trekt, maar er op blijft zitten, waardoor je huid vet en glad blijft aanvoelen. Daar had ik echter geen enkel probleem mee. Fanatiek bleef ik proberen om de beginselen van het surfen machtig te worden. Ik kan niet zeggen dat het mij gelukt is. Surfen leek aan mij niet besteed. Volgens mij heb ik het na die dag nooit meer gedaan. Het bleef dus bij die ene dag.
Deze kreeg nog wel een staartje. Toen de vakantiegangers later weer terug thuis kwamen, vertelde mijn zwager dat hij de dag na ons bezoek ook niet op de surfplank kon blijven staan. Telkens viel hij eraf en ging kopje onder in het Veerse Meer. Niet dat dit kwam omdat hij het ineens verleerd was, maar doordat ik met mijn gladde uierzalflijf iedere keer opnieuw nadat ik gevallen was, weer op de plank moest klimmen, was deze zo glad geworden dat het zelfs voor geoefende surfers onmogelijk was om te blijven staan. Het werd opgelost door de plank een paar keer goed te schuren.

Frans Meijaard

Geplaatst in Sportief | Reacties staat uit voor Sportief, 455