Jaap Albregtse in West-Sumatra

anettenbreien

Jaap Albregtse was van 6 tot 21 mei op West-Sumatra, Indonesië. Daar nam hij deel aan de PUM-missie naar de visserijschool SMK 3 Kelautan Perikanan Pariaman. Net zoals van zijn vorige missies heeft Jaap weer verslag gemaakt.
Op 6 mei was het zover dat er vertrokken werd vanaf Schiphol voor een missie naar de visserijschool van Pariaman op West-Sumatra, Indonesië. Na een vlotte reis met Garuda werd ik in de namiddag van 7 mei op het vliegveld van Padang opgehaald door het gezelschap van de visserijschool, onder andere bestaande uit de directeur van de visserijschool, de heer Rafuddin.
Een uurtje later kwamen we aan bij het Nan Tongga Beach Hotel in Pariaman om eerst maar eens wat bij te komen van de reis.
Maandag 8 mei werd besteed aan meet-en-greet met toespraken. Na afloop heb ik een film vertoond over de visserij in Nederland.
De volgende dag was er de jaarlijkse diplomauitreiking van de geslaagden van dit jaar. Een indrukwekkende gebeurtenis met gebeden, traditionele dansen en zang, waaronder het volkslied, toespraken van de eregasten en natuurlijk van de directeur. Een voor een kwamen de geslaagden naar voren om een medaille en het diploma in ontvangst te nemen. De studenten hebben hier allemaal een schitterend uniform en de medaille-uitreiking wordt met militaire precisie uitgevoerd.
Omdat de school ook een opleiding heeft in wat men bij ons informatica en communicatie noemt, waren er ook heel wat meisjes onder de geslaagden.
Na de lunch was er op de binnenplaats en in de gebouwen nog gelegenheid om elkaar te ontmoeten en op de foto te gaan. Er waren nogal wat professionele fotografen met een standje waar de jonge studenten zich met hun familie konden laten fotograferen.
Woensdag 10 mei werd besteed aan een inventarisatie van de ijsfabriek op de school met bijbehorende ijsopslag. De ijsopslag was in orde, maar de ijsfabriek was kennelijk al lang niet meer gebruikt. Het was ook niet mogelijk deze nu te laten draaien. Men wil in de toekomst proberen deze ijsmachine weer aan de praat te krijgen en het ijs verkopen aan de ambachtelijke vissers. Probleem is dat er in Pariaman al een ijsfabriek is, de ambachtelijke vissers maken zelf ook ijs door plastic zakjes te vullen met water en deze te bevriezen in een diepvriezer.
De vloer van de ijsopslag moet van een nieuwe laag voorzien worden, wat niet al te veel werk is. Om de ijsproductie weer opnieuw op te starten moeten de bakken waar het ijs in gevormd wordt schoongemaakt en van een roestwerende laag voorzien worden.
Omdat er donderdag 11 mei geen duidelijk programma was, ben ik overeengekomen dat ik de vissers in de haven en op de stranden zou bezoeken. ‘s Morgens in de haven de grotere kottertjes bekeken die in het haventje hun vangst lagen te lossen. Deze bestond vooral uit skip jack tonijn en soms wat zwaardvis. Sommige scheepjes deden ook enorme blokken ijs aan boord om de vangst te bewaren. Dit ijs wordt gemaakt in de lokale ijsfabriek en op de haven in kleinere blokken gezaagd omdat ze anders niet passen in de ijsopslag van de schepen.
‘s Middags ging ik ook nog naar Angkso Island, onder andere om de nieuw aangelegde aanlegsteiger te bekijken. De visserijschool zou ook graag een aanlegsteiger voor hun opleidingsschip willen op het strand voor de school, zodat het schip eenvoudiger te gebruiken is en er toezicht op het schip gehouden kan worden. Men zal dan toch terdege moeten beseffen dat men bij de visserijschool geen beschutte plaats heeft. Het waait er weliswaar niet veel, maar met de deining van de oceaan moet terdege rekening gehouden worden, temeer daar de romp van het opleidingsschip van polyester gemaakt is, dus kwetsbaar voor invloeden van buitenaf.
Op de vrijdagmorgen werd er gesproken met de afdeling viskweek. In een aantal bakken wordt meerval gekweekt tot de grootte van een fingerling waarna deze verkocht worden aan lokale mensen om verder te laten doorgroeien. Het geheel maakte een rommelige indruk en een goede onderhoudsbeurt en eens kijken waar men naar toe wil zou mijns inziens niet overbodig zijn.
In een gebouw had men een ook een afdeling aquariumvis waar men goudvissen en maanvissen kweekt voor de verkoop. Dat zag er goed uit, met onder andere de goudvisvariant leeuwenkop.
De aanleg van een vijver voor de kweek van garnalen is nou niet echt zoals het behoort te zijn. Ik heb daarom informatie achtergelaten hoe het zou moeten en de diverse mogelijkheden besproken.
Er is ook een afdeling die nieuwe visproducten maakt, onder andere vis nuggets. Ik heb hier ook van kunnen proeven. Deze smaakten best goed en kan de vergelijking met onze vis nuggets zeker doorstaan.
Op zaterdagmorgen werd ik naar de school meegenomen om mij onduidelijke redenen, ‘s middags ben ik in de stad Pariaman geweest om wat materiaal voor de workshop netten maken te kopen.
De zondag zijn we met een aantal mensen die betrokken zijn met het opleidingsschip naar de haven van Padang gereden voor een inventarisatie. Het schip is door gebrek aan onderhoud en toezicht nu niet bruikbaar voor instructiedoeleinden, een veel voorkomend probleem in landen als Indonesië. Nieuw gebouwde scheepjes voor overheidsdoeleinden – of in dit geval een school – zijn vaak na korte tijd al helemaal onbruikbaar door gebrek aan of ondeskundig onderhoud en soms ook diefstal. Zo is de mast met een haakse slijper ter hoogte het dek afgeslepen en de machinekamer kan ook niet normaal functioneren, de toiletten/douches hadden geen deuren meer, de generator om elektriciteit op te wekken was uit elkaar gehaald en niet opnieuw weer in bedrijf gesteld, zodat het vaartuig nu zonder normale elektriciteitsvoorziening zit. Om diefstal te voorkomen is de navigatieapparatuur uit de stuurhut verwijderd. Verder moet alle verlichting en bekabeling nagezien worden en in de machinekamer moeten nogal wat zaken betreffende veiligheid in orde gebracht worden. Al met al moet er nogal wat herstelwerk aan het schip uitgevoerd worden.
Maandag 15 en dinsdag 16 mei was er geen duidelijk programma en geen mensen beschikbaar en heb ik in overleg zelf invulling gegeven aan deze twee dagen door de ambachtelijke visserij te bekijken, eerst noordwest van Pariaman en vervolgens zuidoost van Pariaman. Ik telde op maandag 59 schepen noordwest van Pariaman en op dinsdag 50 schepen zuidoost van Pariaman. Overdag staan deze schepen vanaf de middag vaak op het strand. Gevist wordt er vooral vanaf de vroege morgenuren tot tegen de middag.
Met de vissers heb ik ondanks de taalproblemen toch best redelijk contact kunnen maken. Het ging er zeer vriendelijk aan toe. Meer dan eens kreeg ik koffie aangeboden. Ik had nog wat boetnaalden en mesjes uit Nederland meegenomen en die vonden gretig aftrek.
Woensdag 17 en donderdag 18 mei heb ik op het centrale plein van de school een workshop netten repareren en netten maken georganiseerd. Ik had daartoe wat netmateriaal en garen uit Nederland meegenomen. Doordat iedereen tussen de andere lessen door even kon inhaken, hadden deze dagen een succesvol verloop.
De vrijdag 19 mei heb ik de mogelijkheden bekeken om een aanlegsteiger voor het opleidingsvaartuig aan te leggen aan het strand voor de school. Ik heb daartoe middels de GPS nog wat gegevens vastgelegd en mogelijkheden en onmogelijkheden bekeken. Probleem kan dus zijn dat er geen enkele beschutting is tegen deining vanuit de oceaan, dit in tegenstelling met de aanlegsteiger/ponton op Angkso Island waar deze aan de landzijde van het eiland gesitueerd zijn en daardoor niet blootstaan aan rechtstreekse oceaandeining.
De school heeft 650 leerlingen en 72 leerkrachten, waarvan 40 vrouwen en 32 mannen. Daarnaast kan de school ook nog beschikken over 18 parttime leerkrachten. Wil men het opleidingsschip weer gaan benutten, dan zal men eerst onder deskundige leiding de noodzakelijke herstelwerkzaamheden moeten uitvoeren.
De aanleg van d